www.javanenvansuriname.info

HOME SECONDHOME NIEUWS BASA JAWA BAHASA INDONESIA MULTIMEDIA WEBMASTER SITEMAP
 

SURINAME

udan = regen

ONAFHANKELIJK REPUBLIEK

Suriname Hoofdpagina
Republiek Suriname
Wapen en vlag
Nationaal volkslied
Talen en Culturen van Suriname
Tijdlijn Historische Gebeurtenissen
Hoe wij hier ook samen kwamen
Surinamers in Diaspora
Toerisme Suriname Algemeen
Toerisme Suriname Heritage Festival
Toerisme Suriname Resort Bakkie
Toerisme Suriname JNJ Tours

 

 

Van vrij naar gekoloniseerd en opnieuw vrij als onafhankelijk Republiek Suriname

 

Suriname is een republiek en ligt in het werelddeel Zuid-Amerika. Paramaribo is de hoofdstad. Paramaribo is afgeleid van Parmurbo dat 'bloemenstad' betekent.

Het buurland Frans Guyana ligt oostelijk van Suriname. In het zuiden grenst het aan BraziliŽ. Guyana is het Engelstalige buurland in het westen. Suriname, Frans Guyana en Guyana waren de drie Guyana's. Suriname heette tijdens de koloniale periode ook wel Nederlands Guyana en Guyana was vroeger Brits Guyana. Alleen Frans Guyana staat tot op de dag van vandaag onder het bestuur van moederland Frankrijk. Suriname werd op 25 november 1975 een onafhankelijk republiek.


Het presidentieel paleis in Paramaribo


Een beeld van de slavenhandel

De oorspronkelijke bewoners van Suriname zijn de Indianen. De drie grote stammen heten: Trio's, Wayana's en de Akoerio's. Kolonialiseringpraktijken van Europese landen hebben Suriname gemaakt tot een multi-etnisch land: een wereld in het klein. Hollanders, Engelsen, Spanjaarden, Portugezen, Chinezen, Hindostanen, Javanen en Afro Surinamers reiken elkaar de hand. De Afro Surinamers zijn de nazaten van de slaven. De slavernij is in 1863 afgeschaft.
De eerste Europeanen, die de kust van Guyana zagen waren Alonso de Ojeda en zijn mannen. Tijdens de tweede tocht van Columbus voerde Alonso de Hojeda het bevel over een van de schepen. In 1499 maakte Alonso de Hojeda zelfstandig een verkenningstocht langs de noord-oostkust van Zuid-Amerika. Onder zijn manschappen was de Italiaanse handelaar Amerigo Vespucci. Zijn reisverslagen noemde hij Mundus Novus wat Nieuwe Wereld betekent.
In 1651 stichtte de Engelse gouverneur, Francis Willoughby, een kolonie aan de Surinamerivier. Binnen korte tijd werd in Suriname een groot aantal plantages aangelegd, waar slaven het werk deden.
In 1667 werden de Engelsen verdreven door de Zeeuw Abraham Crijnssen. Hij werd niet alleen gezonden door de Staten van Zeeland om Suriname te veroveren op de Engelsen, maar ook voor Guyana en het CaraÔbisch gebied. De Engelsen had bij Paramaribo een fort. Na de overwinning van Abraham Crijnssen werd het fort omgedoopt tot 'Fort Zeelandia' en gaf Paramaribo de naam 'Nieuw Middelburg'. Deze nieuwe naam heeft maar zeer kort bestaan.

Kolonisatie van Suriname

Suriname wordt in 1499 door de Spaanse zeevaarder Alonso de Ojeda ontdekt. Daarna komen er Spanjaarden en Portugezen naar het gebied om naar goud te zoeken en vanaf 1595 ook Engelsen. Ze stichten nederzettingen waar ze handel drijven met de Surinen, Indianen in het gebied en ze leggen plantages aan om suikerriet, koffie en katoen te verbouwen. In 1613 stichten Nicolaas Baliestel en Dirck Claasz van Sanen een Nederlandse nederzetting aan de Surinamerivier. Deze nederzetting wordt later de stad Paramaribo. De Surinen worden uit hun woongebied verdreven en als slaven te werk gesteld op de plantages. Ze zijn niet bestand tegen het zware werk dat ze daar moeten doen en veel slaven sterven. Nog meer indianen sterven aan besmettelijke ziekten die de kolonisten meebrengen. De Surinen sterven dan ook bijna helemaal uit. Om aan nieuwe slaven te komen, laten de planters vanaf 1650 negerslaven uit West-Afrika komen. Europese en vooral Nederlandse handelaren kopen slaven in Afrika en verkopen die door aan de planters.

In de 17e eeuw is Suriname dan weer een Engelse, dan weer een Nederlandse kolonie. In 1667 echter komt Suriname onder Nederlands bestuur. Nederland is dan in oorlog met Engeland. Admiraal Crijnssen verovert het land en eist die op voor de  staat Zeeland, ťťn van de Republieken der Nederlanden. Een fort dat door de Engelsen bij Paramaribo is gebouwd, noemt hij Fort Zeelandia. In hetzelfde jaar sluiten Nederland en Engeland vrede en stemt Engeland er in toe dat Nederland Suriname mag houden. In ruil hiervoor draagt Nederland een andere kolonie over aan Engeland, Nieuw-Amsterdam in Noord-Amerika. Die heet voortaan New York. Na de overdracht wordt ďSurinameĒ officieel de naam van de kolonie. De naam is afgeleid van ďSurinenĒ.

Vanaf 1682 staat Suriname onder beheer van de West-Indische Compagnie. De economie draait op de uitvoer van koffie, katoen en vooral suikerriet. Maar na 1770 komt ook uit landen in AziŽ suikerriet op de markt. Bovendien worden plantages telkens aangevallen door bendes van weggelopen slaven die zich in het oerwoud schuilhouden. Ten slotte wordt er steeds meer suiker verkregen uit de teelt van suikerbieten in Europa. Steeds meer plantages worden gesloten en steeds meer mensen verdienen hun brood door het aftappen van latex van rubberbomen in het oerwoud. Maar als de uitvoer van latex uit Suriname kleiner wordt door concurrentie uit Malakka (= deel van MaleisiŽ) gaat de economie nog verder achteruit. Intussen groeit er in Europa verzet tegen de slavernij. In steeds meer landen wordt die afgeschaft. Nederland doet dat in 1863. Wel worden de vrijgelaten slaven verplicht om tot 1873 op de plantages te werken. Daarna zijn er nieuwe arbeidskrachten nodig. Het koloniale bestuur begint dan contractarbeiders te werven in India. Deze arbeiders en hun afstammelingen worden Hindoestanen genoemd. De Engelse koloniale bestuurders in India werken het werven van contractarbeiders echter steeds meer tegen en verbieden het in 1916 helemaal. Planters laten vanaf 1890 ook uit Oost-IndiŽ arbeiders overkomen. Die zijn van Chinese of Javaanse afkomst. De economie van Suriname raakt weer uit het slop als er goud wordt gevonden en bauxiet, waar aluminium uit wordt gehaald. In 1922 begint een Amerikaans bedrijf, Alcoa, het bauxiet te winnen. Ook een Nederlands bedrijf genaamd Billiton opent bauxietmijnen. Deze grondstof wordt het voornaamste exportartikel van Suriname, en dus een grote bron van inkomsten voor Nederland. Andere bedrijven beginnen in het oerwoud bomen te kappen om aan tropisch hardhout te komen. Ook dat wordt een belangrijk exportproduct.

Bron: www.kennis.nl. De volledige informatie vindt u hier: Infoblad [pdf]

 

 
DIASPORA  SURINAME  IMMIGRATIE  TAAL  CULTUUR  THEATER  MUZIEK  LITERATUUR  ARCHIEF
HOME  SECONDHOME  NIEUWS   BASA JAWA   BAHASA INDONESIA   MULTIMEIDA  WEBMASTER   SITEMAP