www.javanenvansuriname.info

HOME SECONDHOME NIEUWS BASA JAWA BAHASA INDONESIA MULTIMEDIA WEBMASTER SITEMAP
 

 

BanyuMili Is Mijn Verhaal...
Een eerbetoon aan de Javaanse contractarbeiders in Suriname

dhadha = borst

 

 HOME
SECONDHOME
WEBMASTER
BASA JAWA
BAHASA INDONESIA
MULTIMEDIA
LIVESTREAM
GUESTBOOK
SITEMAP
WEBMASTER
JAVAANSE JONGEN UIT BAKKIE

WEBMASTER
 De webmaster... Leer hem kennen
Javaanse jongen uit Bakkie
Inburgering in Nederland
Mijn geboortedorp Bakkie
Wayang en Semar op Bakkie
Internaat Taman Putra
Interview Rotterdams Dagblad
Muzikale herinneringen
Sana Budaya Paramaribo
Javaanse taal op de radio
Overdenkingen en mijmeringen
Terug naar Bakkie
Tijdlijn

Het lied 'Tanjung Perak' heb ik van mijn simbah Toemidja Tomoredjo geleerd toen ik een jaar of acht was. Tanjung Perak is de naam van de haven van Surabaya. Een van de vertrekhavens van de Javaanse contractarbeiders. De andere zijn Tanjung Emas van Semarang en Tanjung Priok van Jakarta (Batavia).

 

 

 

 

Wat moet ik nou nog meer schrijven over mezelf... Ik begin maar ergens en eindig ergens
 

Ik ben blij

Ik ben blij dat ik een Javaan ben
Ik ben blij dat ik een Surinamer ben
Ik ben blij dat ik een Nederlander ben
Ik ben blij dat ik een Javaanse Surinaamse Nederlander ben
Ik ben blij dat ik een nazaat ben van Javaanse contractarbeiders uit Java, Indonesië, in Suriname
O, wat ben ik blij
Nog blijer ben ik dat er BanyuMili is...

 

 

Mijn ouders en grootouders

Ik ben een gewone jongen uit Bakkie. Ik at en eet nog steeds rijst met gebakken vis en sambel. Mijn weton is Rebo-Legi, een zeer gunstige tijdstip. De zeer bekende dhalang Ki Anom Suroto uit Java (Indonesië), die het Dewa Ruci (een van de bekendste wayangverhalen) zo adembenemend en weergaloos kan vertolken en presenteren, is ook op Rebo-Legi geboren. Weton is de gecombineerde tijdstipberekening van de zevendaagse week en de vijfdaagse marktweek, de Pasaran.
Rebo
is woensdag en symboliseert naar links (mangiwa). Legi is de tweede dag van de vijfdaagse marktweek, de Pasaran. Legi betekent zoet en symboliseert terugtrekken (mungkur).

Mijn wijlen vader heet Rudolf Djiman Moesredjo en mijn wijlen moeder Annie Satijem Kromopawiro. Mijn vader was zeer artistiek begaafd. Hij kon bijvoorbeeld onwijs mooi tekenen. Op mijn eindexamen cijferlijst van de Sint Paulus Muloschool prijkt de cijfer 10 voor tekenen. Zo vader zo zoon, dus. Ik ben opgegroeid bij mijn grootmoeder Toemidja Tomoredjo, de moeder van mijn moeder. De vader van mijn moeder, mijn opa dus, heet Karno Kromopawiro. Ik draag dus de familienaam van moederskant. De ouders van mijn vader heten Sarijoen en Markinem. Mijn vader had ook pleegouders. Zij heten Amat en Saar. Mijn ouders hebben elf kinderen zes jongens en vijf meisjes. Ik ben de oudste.

 


Reinier Kromopawiro hield een interessante lezing in het Faciliteitengebouw van Rijksuniversiteit Leiden, tegenwoordig Universiteit Leiden tijdens de presentatie van het Surinaams javaans - Nederlands woordenboek in 2001 van Hein Vrugging en Johan Sarmo

Cultureel erfgoed

Utama blijkt nu het ultieme woord te zijn voor de webmaster...
Ujar
(plechtige belofte) van grootmoeder Toemidja Tomoredjo (zie foto boven). Veertig dagen na de geboorte van de latere webmaster van deze website werd een wayangvoorstelling speciaal voor hem opgevoerd. De naam van de lakon (het verloop van het verhaal) is helaas niet meer te achterhalen. De achterliggende gedachte was: Met dit ujar zal alles goedkomen (mulya utama) met Reinier! Thuis werd keroncong en gamelan muziek gemaakt, ludrug scenes geoefend en andere culturele activiteiten gebezigd. De familie en aangetrouwde families hadden een cultureel gezelschap met de mooie naam Mulya Utama. Die naam kreeg meer bekendheid door de ludrug-activiteiten. De dalang was aangetrouwde familie. De gamelangroep bestond uit ooms en neven.
Dit alles - samen met de verhalen van zijn grootmoeder - vormt waarschijnlijk de basis voor de huidige duidelijke uiting van de webmaster van zijn liefde voor de geschiedenis, taal en cultuur van de Javanen van Suriname.
De oorsprong van BanyuMili ligt dus al ver in het verleden... heel ver. In 1949!
BanyuMili is de voortzetting van Mulya Utama. In een ander tijdperk en in een andere vorm.
Leve Mulya Utama... BanyuMili

Ik ben opgegroeid met de Javaanse taal en cultuur. Mijn vader had een gamelangroep met alleen familieleden erin. Hij bespeelde de kendhang (tweevellige trom). Alle andere spelers waren mijn ooms en neven. Hij had ook zijn eigen ludrug (volkstoneel) gezelschap: Mulya Utama (verheven deugden). Mijn moeder en tantes verzorgden de kostuums van het gezelschap. Als kind ging ik altijd mee met mijn vader als zijn gamelangroep moest spelen. Tijdens een ludrug- of wayangvoorstelling bij een huwelijks- of besnijdenisfeest. De schoonvader van mijn oom, jongere broer van mijn vader, was dhalang (poppenbespeler, verhalenverteller en regisseur). Het zat allemaal in de familie.

 

'Oral History'

Als jonge nazaat van Javaanse contractarbeiders was de webmaster al bezig - zonder dat hij het wist - met 'oral history'. In de vierde klas van de lagere school (dat was in 1960)  maakte hij een opstel over zijn grootmoeder. Over haar verhalen op Java (udan awu, asregen van vulkaanuitbarstingen) en hoe zij tewerk werd gesteld op plantage Alliance. En hoe zij daar zijn opa heeft leren kennen. Opa Kromopawiro.
De nazaat leerde het nationaal volkslied van Indonesië - het Indonesia Raya - van zijn zeer creatieve vader. Hij op zijn beurt heeft het geleerd van Bapak Iding Soemita, de bekende Javaanse politicus van het eerste uur. Het Indonesia Raya zong de latere webmaster al in de eerste klas van de lagere school. Elk jaar, voor zijn cijfer op het overgangsrapport. Van zijn grootmoeder leerde hij korte zinnetjes in het Maleisch. Toen zijn andere oma in het ziekenhuis van Mariënburg lag, ging hij haar opzoeken samen zijn vader. Van zijn oom, de oudste broer van zijn vader die op plantage Mariënburg woonde, kreeg hij verhalen te horen over het leven op die plantage. Deze verhalen zijn niet opgetekend, maar zijn er wel veel van in het geheugen opgeslagen gebleven.

 


De webmaster had in Nederland ook contact met de Indonesische Ambassade in Nederland. Hij interviewde Bapak Kadarisman, de toenmalige ambassadeur van Indonesië in Nederland. Het was een zeer bijzondere en memorabele ontmoeting in de ambassadeurswoning te Wassenaar op de dag van de onafhankelijkheidsherdenking van Indonesië op 17 augustus 1997.

Educatie

Van mijn grootmoeder leerde ik zinnetjes in het Maleisch. Het kleine rode boekje heb ik vaak in mijn handen gehad. Ik kon toen al lezen. En mijn grootmoeder bij wie ik verbleef leerde mij 'Nanti dulu sebentar' (Wacht even, even geduld hebben) en 'Saya lapar' (Ik heb honger). Hoe oud was ik toen? Ik dacht een jaar of zeven, acht? Ik weet het niet meer. Nu vraag ik mij af: Heeft mijn grootmoeder dat boekje uit Java, Indonesië meegenomen? Kon ze lezen? Die vragen kunnen nu niet meer beantwoord worden. Helaas! Maar dat boekje kan ik mij elke dag voor de geest halen.
Een smal dun boekje met harde kaft. De kleur was rood, met op de omslag in gouden letters, ik kan het mij nog herinneren 'Bahasa Maleisia' (Maleische taal). Het rode boekje heeft op de een of andere manier een behoorlijke indruk op mij gehad. Vandaar dat ik op latere leeftijd Indonesische Talen Culturen ben gaan studeren op de Universiteteit Leiden, toen heette het nog Rijskuniversiteit Leiden, denk ik nu bij mezelf. Alles heeft zo een eigen plek gekregen.

Mijn vader leerde mij het nationaal volkslied van Indonesië zingen. Op school was er ook een vak zingen. Het "Indonesia Raya" (Indonesië arbeidt, de handen ineenslaan), het nationaal volkslied van Indonesië, zong ik altijd voor de klas. Dan kreeg je een cijfer voor het rapport. Het "Indonesia Raya" heeft mijn vader van Bapak Iding Soemita geleerd. Hij (mijn vader) was secretaris van afdeling Reynsdorp en aangrenzende dorpen van de KTPI, Kaum Tani Persatuan Indonesia, de politieke partij van Bapak Iding Soemita. Ik kan de groene lidmaatschapkaarten nog heugen. "Achmadia"stond erop met de gegevens van het lid in mijn vader's handschrift. Van mijn grootmoeder leerde ik het lied Tanjung Perak pinggir laut... (Tanjung Perak aan de zee). Tanjung Perak is de haven van Surabaya. Vreemd eigenlijk, want zij kwam uit Semarang en de haven daar heet Tanjung Emas. Er werd bij mijn grootmoeder thuis vaak keroncongmuziek gemaakt door vrienden van mijn ouders.
Zij vertelde ook vaak over regen van as. Ik begreep toen niet zo wat zij ermee bedoelde. Nu begrijp ik het wel (ha, ha, ha): regen van as komt door een vulkaanuitnarsting. Waarschijnlijk de Gunung Merapi. In mijn jeugd heb de film van Ibu Kartini gezien en het lied over haar (Ibu Kartini, putri yang jati... Putri Indonesia) thuis veelvuldig gezongen. En nog een andere film gezien:  Pincang. De hoofdrolspeler, is gewond geraakt, liep mank (pincang) en verlangde naar zijn familie.

 

 

Onderwijs

Op Bakkie heb ik de lagere school doorlopen. In de zesde klas had ik meneer Binda als onderwijzer, tevens hoofd van de school. Een Hindoestaanse meneer. Tijdens de vlaggenparade was ik degene die de vlag hees en streek. Machtig vond ik dat. Iedereen netjes in de rij. En dan het volkslied zingen, toen nog 'Suriname's trotse stromen'. Vandaar ook mijn drang op latere leeftijd om een Javaanse 'vertaling' te maken van het nationaal volkslied van Suriname: het werd Ana Suriname Siji... Er is één Suriname (zie flashvideo). Ik leerde ook hoe je de vlag moest vouwen. Het was de witte vlag met de vijf sterren. Van meneer Binda mocht ik niet mee landbouwen met medeleerlingen tijdens het landbouwuurtje. Een magere Hindoestaanse man leerde de andere leerlingen onder andere de grond bewerken en groente telen. Van meneer Binda moest ik binnen blijven... leren moest ik!

Na de lagere school zat ik vervolgens op de Sint Paulus Muloschool in Paramaribo en had een veilige onderdak gevonden in het rooms-katholieke jongensinternaat Taman Putro. Nu zou ik Taman Putro als Taman Putra schrijven. Behaalde in 1966 het begeerde mulo-diploma, B-richting. Toen was dat nog wat, een mulo-diploma. Dat was in 1966. Taman Putro (Taman Putra) betekent de Tuin der Prinsen, letterlijk jongenstuin of tuin voor jongens. Liever De Tuin Der Prinsen. Na het behalen van het Mulo-diploma kreeg ik een baan bij het Sint Vincentius Ziekenhuis als leerlingbroeder. Ik was de eerste verplegend broeder in opleiding. Ik was half intern. Op de binnenplaats was er een gebouw. Ik had daar zowat een compleet huis ter beschikking. Maar ik had ook mijn eigen huurhuis aan de Prinsenstraat in Paramaribo. Samen met mijn jongere zus en twee neven. Een van die twee zat op de Technische school. En wij bouwden onze eigen radio en speakerkast. Soms waren wij tot middernacht bezig. Dat eigen huurhuis kostte vijftien Surinaamse gulden. In die tijd was één Surinaamse gulden twee Nederlandse guldens waard. Bij het Sint Vincentius Ziekenhuis verdiende ik 130 guldens. Ik vond het machtig om met al die mooie verpleegsters samen te werken. Wij lunchten samen in een gebouw, ook op de binnenplaats. En verwend werd ik, door al die verpleegsters. En zondags ging ik met een paar verpleegtsres naar de waterkant. Even een ijsje kopen bij de Javaanse man onder de amandelboom. Schaafijs met siroop en pinda's. Schaafijsverkopers waren in die tijd alleen maar Javaanse mannen.

 


Foto: van links naar rechts:
Reinier Kromopawiro, Henk Wiranta en Soekie Irodikromo. Soekie en Reinier zijn anno 2012 nog steeds goede vrienden. Beide zijn afgestudeerd aan de Academie van Beeldende Kunsten Rotterdam. Soekie koos voor Tekenen, Schilderen en Beeldhouwen en Reinier voor Communicatie en Vormgeving. Henk voor een Technische Opleiding. Het was zomer 1968 in Scheveningen. Soekie is na zijn studie teruggegaan naar Suriname. Henk en Reinier houden telefonisch contact met elkaar.
Migratie

Op 8 november 1967 verliet ik Suriname. Aangekomen in Nederland op 9 november 1967 op Schiphol. Precies op mijn verjaardag. Een kopie van de ticket heb tot de dag van vandaag nog in mijn persoonliijke archief liggen. Ik heb daarbij ook nog onmiddellijk na aankomst een gedicht geschreven. Mijn gamelan klanken die ik gisteren verliet... Vanuit Schiphol, het was koud en mistig, ging ik met de KLM-bus richting Den Haag. Woonde en werkte daar een jaar bij de rijksoverheid. Verhuisde in 1968 naar Zwijndrecht om in Dordrecht naar de middelbare school te gaan. Dat was de HBS (Hogere Burgerschool), het Titus Brandsma College. Verder heb ik op de Academie van Beeldende Kunsten Rotterdam gestudeerd. Nu heet het instituut Willem de Kooning Academie. Het is een HBO-opleiding. Afgestudeerd in drie disciplines van de afdeling Publiciteit: grafische vormgeving, fotografische vormgeving en audiovisuele producties. Sinds het bestaan van de Academie ben ik als enige geslaagde in drie richtingen tegelijkertijd. Een bijzondere prestatie dus. Dat zei de directeur tijdens een speech. "Jij wordt later vast directeur van dit instituut", vervolgde hij verder. Veel later ging ik Kunstgeschiedenis studeren aan de avondopleiding van de Rijksuniversiteit Leiden. Maar na mijn terugkeer in Nederland van vakantie in Suriname ben ik van studie veranderd. Ik heb veel kennis vergaard aan de Rijksuniversiteit Leiden (thans Universiteit Leiden) op het gebied van Indonesische talen en culturen met als specialisatie Javaanse taal en letterkunde. Mijn andere expertise: Semiotiek, parallellie in de syntaxis van verbale en non-verbale communicatie. Mijn studiegenoten noemden mij pangéran. Het betekent prins. Dat kwam omdat ik een referaat had gehouden over Pangéran Dipanegara, de Javaanse prins die in opstand kwam tegen het koloniale bewind. Lees hier over de Java oorlog die van 1825-1830 duurde. Mijn medestudenten, vrienden en kennsissen noemden mij ook Leonardo Da Vinci, want ik kon alles en deed heel veel dingen.

 


Met de voormalige minister van Onderwijs Walther Sandriman en de voormalige waarnemend ambassadeur in Nederland Johan Karsowidjojo Zij waren in Nederland gasten op de 50-verjaardag van Reinier Kromopawiro. De directuer van RTV Garuda Suriname Tommy Radji was op die dag ook als gast aanwezig.


Met de voormalige Districtscommaris van Commewijne
Humphrey Soekimo tijdens de Suriname Districten Dagen in Nederland. Reinier Kromopawiro verzorgde het live commentaar voor Radio Rapar in Rotterdam.

 

 

Activiteiten

Ja, echt waar, Ik heb veel dingen gedaan in mijn leven. Onnoemlijk veel. Van meubelontwerpen tot binnenhuisarchitectuur. Van standontwerp tot standbouw voor beurzen. Van grafisch ontwerpen tot produceren  van bedrijfsfilms. Van cameraman tot belichtingstechnicus. Van schilderen tot eigenaar van een heuse artgallery in Rotterdam. Van liedjes schrijven tot het begeleiden van producties van educatief materiaal voor bijschoolse en voorschoolse educatie. De artgallery was gevestigd in het centrum van Rotterdam. Al vanaf de opening genoot de gallery enorme populariteit in Rotterdamse kunstkringen. De eerste kunstenaar die exposeerde was James Chasan, een Amerikaanse kunstenaar. De opening werd verricht door de cultureel attaché van de Amerikaanse Ambassade. De gallery deed in die tijd ook mee aan het project 'Mooi Meegenomen'. Kopers van kunstwerken kregen dertig procent subsidie van de gemeente Rotterdam. Ik zou niet weten wat ik allemaal moet opschrijven.

Ik hoor iemand de vraag al stellen. Wat ik nu doe? Denken, herdenken, nadenken, terugdenken, vooruitdenken en vooral veel doen. En BanyuMili natuurlijk. Mijn geesteskind. Wat één persoon met een allseszeggend begrip 'BanyuMili' niet allemaal kan teweegbrengen. Bezoekers van BanyuMili hebben vaak de indruk alsof er een heel team die als een kolonie ijverige mieren aan het werk is. Neen, hoor. Mung aku dhéwé, ijèn waé (Ik ben alleen, ik doe het in mijn eentje.) Leuk, hè? Nu even terugdenken...
● BanyuMili heeft in 1990 samengewerkt met Sana Budaya in Paramaribo. En met de Javaanse kunstenaars daar. De beroemde schilder Soekie Irodikromo is mijn boezemvriend. Sinds zijn studietijd eind jaren zestig en begin jaren zeventig. BanyuMili had een keer tijdens een besprekingin Nederland  tussen neus en lippen door gezegd Javaanse kunstenaars naar Nederland te willen halen. Ja, ze zijn inderdaad geweest. Maar niet door toedoen van BanyuMili.
● In 1992 was ik mede-organisator van de eerste Miss Jawa verkiezing en trad ik op als de eerste presentator van een Miss Jawa verkiezing. Dat was in Rotterdam.
● In 2001 heeft BanyuMili samengewerkt met het KITLV, het Koninklijk Instituut voor Taal-, Land- en Volkenkunde in Leiden.
● En als eerste samengewerkt met Creighton University (Omaha, USA) aan een gamelanproject in Nederland. Een professor gespecialiseerd in gamelanmuziek opgevangen in Nederland en op bezoek gebracht bij diverse Javaanse instellingen in Nederland.
● BanyuMili was als eerste die het begrip 'Viering' gebruikte in Herdenking en Viering Javaanse immigratie.
● En natuurlijk de tekst 'Ana Suriname Siji': zie flashvideo en lees vooral de verantwoording aan het einde van de film.
● Maar dit...  Ik sta vermeld in het Javaans Surinaams-Nederlands woordenboek van Hein Vruggink en Johan Sarmo. In één zin genoemd samen met geleerden van de Universiteit Leiden. Alles begint met taal... en voor alle Javaanse uitingen natuurlijk met de Javaanse taal.

 


Lekker genieten van vers gegrilde haring zo uit de zee van de Spaanse kust. In gedachten de walapa's van Bakkie... Ook vers uit de kali.

Wat ik nu aan het doen ben?

Vamos a la playa (Kom, laten wij naar het strand gaan)... In een rustieke omgeving en in alle rust lees ik alles wat los en vast zit over de taal en cultuur en de geschiedenis van de Javanen van Java (Indonesië) en van de Javaanse Surinamers. Heel vaak op het balkon van een appartement aan de Spaanse kust met frontaal zicht op zee. En... al vrijend met de letters van mijn schootliefde (mijn laptop dus!) hoor en zie ik de (on)rustig ruisende golvenstroom op mij af komen. Ik kan ze bijna aanraken vanaf mijn fraaie zitpositie met versgeperste (zowat van de boom in het glas) zumo de naranja naturel... verse sinaasappelsap. En... in de verre verte de breedlachende zon die je elke morgen zo vredig begroet, zichtbaar wiegend op de glinsteringen van de samudra (de zee)... Wat een leven!  Wat een golven! Wat een sap! Denkende dat de golven gisteren of eergisteren vanuit Indonesië of Suriname zijn vertrokken.

 

 

 

 

Bijzondere herinneringen

Mijn simbah Toemidja

Mijn grootmoeder Toemidja Tomoredjo had 'geneeskrachtige intelligentie'. Mensen uit het dorp kwamen naar haar toe, als ziek waren. Maar vooral als iemand iets in zijn of haar oog had... timbilen heet dat. Het is een puistje, een strontje op het ooglid. Dan deed ze zelfgemaakte cocosolie met kruiden op een sirihblad, legde tegen het 'zieke oog' en dan blies zij op het achterhoofd van die persoon. Klaar, patiënt genezen. Het enige wat ze vroeg aan de patiënt is dat ze haar één cent moet geven. Dat was alles!

Van mijn moeder hoorde ik een keer dat ze gehurkt zat snikkend met haar gezicht naar het oosten. Mijn moeder vroeg haar van: "Ènèng apa, mak?" " Ma, wat is er?" "Ik denk aan mijn kinderen", zei mijn grootmoeder. Later begreep ik dat zij twee kinderen hebben moeten achterlaten op Java. Misschien heb ik nu een complete kampong met familieleden op Java.

Mijn grootmoeder had ook andere gaven. Dat vertelde mijn moeder. Het was in de grote droge tijd, toen er brand was op de kurkdroge akkers. Een buurman iets verderop had een hoop dor gras in brand gestoken. Brandende bladeren waren waarschijnlijk door het noordoosten passaat op de droge akkers van mijn grootmoeder deden belanden. Het vuur naderde het huis van mijn grootmoeder. Op een gegeven moment tot op 20 meter afstand. Toen pakte mijn grootmoeder een ei en wierp het naar het dreigende vuur. En plots... het vuur doofde onmiddellijk. Als kind hoorde ik heel veel van dit soort verhalen.

Mijn oom, de oudste broer van mijn moeder, hield van vissen en vissen vangen vangen. Op een dag ging hij weer vissen. Maar nu buitendijks. Bakkie had dijken, zoals in Nederland, om het water te keren als het springij was. Hoogwater dus. Met zakken vol met vissen kwam mijn oom thuis. Mijn grootmoeder blij, maar vroeg zich waarom hij deze keer met zoveel zakken vis thuis kwam. 's Avonds toe het pikkedonker was, hoorde mijn grootmoeder paarden hinniken op het voorerf (latar). Nieuwsgierig ging zij kijken en de paarden zeiden tegen haar dat mijn oom de vissen moesten terugbrengen. En zo geschiedde het.

Simbahku nginang

De dagelijkse bezigheid van mijn grootmoeder was nginang. Ik zie het nog voor me. Haar mond was rood, haar lippen en haar tanden. Ik zie haar nog spuwen. Rood spul hier en daar op het voorerf. Eerst vouwt ze betelblad (sirih) met een stukje betelnoot (gambir) en wat gebluste kalk (kapur) erin. Vervolgens kauwt ze het mengsel heel fijn. Na een poosje spuugt zij het fijn gekauwde mengsel uit. Dan pakt ze een flinke dot pruimtabak (susur) en wrijft ze het over haar lippen en haar gebit om het schoon te maken. Dit hele gebeuren heet nginang.

 

Vriend van mijn grootvader kon zichzelf in een tijger veranderen

Mijn grootvader was op een avond op bezoek bij zijn vriend. Een paar huizen verderop. Dat was dus 60 meter verderop. Het was al laat. En mijn grootvader wilde naar huis. En zei tegen zijn vriend:"Kang, permisi, ya, arep mulih. Broer, excuseer mij ik ga nu naar huis. "Lah, bengi-bengi kok mulih, wis turu kéné waé. Menawa kowé mulih, mengko pethukan macan." "Het is al laat, blijf toch hier slapen. Straks kom je onderweg een tijger tegen. Mijn grootvader besloot toch naar huis te gaan. Halverwege hoorde hij een gebrom van een tijger. Mijn grootvader wist meteen dat het zijn vriend was. Hij stond immers bekend dat hij zichzelf kon veranderen in een tijger. Mijn grootvader zei: "Kang, iku kowé, ta... lunga ta." "Broer, ik weet het heus wel hoor, jij bent het. Ga uit de weg." Onmiddellijk daarop verdween de tijger en vervolgde mijn grootvader zijn reis naar huis terug.

Mijn oom was zoek

Een andere oom van mij was een keer in handen gekomen van een wéwé. Het hield mijn oom verborgen tussen het struikgewas. Iedereen ging naar hem op zoek. Mijn oom zag iedereen om hem heen lopen, maar de mensen die naar hem zochten, konden hem niet zien. Er zijn veel vormen in de geestenwereld van de Javanen. Sunderbolong is ook zo een. Dat is een jonge beeldschone vrouw met een open rug. Die kwam je tegen als je 's avonds alleen in het pikkedonker liep.

 
DIASPORA  SURINAME  IMMIGRATIE  TAAL  CULTUUR  THEATER  MUZIEK  LITERATUUR  ARCHIEF
HOME  SECONDHOME  NIEUWS   BASA JAWA   BAHASA INDONESIA   MULTIMEIDA  WEBMASTER   SITEMAP