www.javanenvansuriname.info

HOME SECONDHOME NIEUWS BASA JAWA BAHASA INDONESIA MULTIMEDIA WEBMASTER SITEMAP
 

 

BanyuMili Is Mijn Verhaal...
Een eerbetoon aan de Javaanse contractarbeiders in Suriname

metu = naar buiten komen

 

 HOME
SECONDHOME
WEBMASTER
BASA JAWA
BAHASA INDONESIA
MULTIMEDIA
LIVESTREAM
GUESTBOOK
SITEMAP
WEBMASTER
OVERDENKINGEN EN MIJMERINGEN

WEBMASTER
Leer hem kennen
Javaanse jongen uit Bakkie
Inburgering in Nederland
Mijn geboortedorp Bakkie
Wayang en Semar op Bakkie
Internaat Taman Putra
Interview Rotterdams Dagblad
Muzikale herinneringen
Sana Budaya Paramaribo
Javaanse taal op de radio
Overdenkingen en mijmeringen
Terug naar Bakkie
Tijdlijn

 

 

 

 

 

Nadenkingen over overdenkingen

 

Soms denk je na, maar zelden worden deze nadenkingen opgeschreven. Weggedacht worden ze. Of met de wind meevervoerd naar her en der. Om nooit meer terug te keren. Mooier is het om ze wel op te schrijven. Anders worden woorden stil.

 

 

Zal BanyuMili altijd blijven stromen?

Voordat ik met BanyuMili begon, hadden stroomversnellingen in de rivieren van Suriname mijn enorme belangstelling. Op de lagere school was ik een kei in aardrijkskunde. Ik kende alle rivieren en de watervallen en stroomversnellingen die daarbij horen. Daarvoor al ontdekte ik de zachtgekleurde klanken van de gamelan die opeens in een wervelende stroomversnelling overgingen, aangewakkerd door de kendangspeler. Mijn wijlen vader was mijn inspiratiebron en om kracht te ontlenen aan zijn spel en die ik later in mijn levensloop als invulling gebruik van een deel van mijn leven. Zijn spel knalde in de openlucht tegen de bladeren van de mangobomen die hier en daar rondom mijn ouderlijke huis zowat als iconen fungeerden. Dat gebeurde wel een paar keer in de week 's avonds als zijn gamelangroep repeteerde op het voorerf (latar in het Javaans). De donkerte van de avond gaf dat hoor- en schouwspel een mysterieus gevoel. Of misschien ook wel mystiek gevoel. Want dan verdwenen de klanken in de donkerte en zag je het gebibber van de bladeren langzaam sterven in de schijnsel van de olielampen. Wanneer overdag het zonlicht verdween en ogenschijnlijk niet meer scheen dan voelde je onmiddellijk aan je water dat er iets dynamisch ging gebeuren. En dat ging allemaal in een stroomversnelling.

Het geruis hoorde je al van heel ver. Donkere wolken verzamelden boven het dorp waar vroeger katoen en cacao bloeiden. De eerste druppels kletterden en knetterden op de zinken platen die als dakbedekking dienden. Knoeihard… en loeihard. Het leek wel de gamelanklanken. Soms heel rustig en dan weer versnellend hard. De oma aan de overkant haalde snel haar kledingstukken van de waslijn. Een voorbijganger hield een bananenblad boven het hoofd. Het was de buurman van het perceel iets verderop. Andere amusante taferelen waren niet zichtbaar. Rrijtjeshuizen zoals in Nederland bestonden niet op Bakkie. Al snel ontstonden vele stroomversnellingen of kleine riviertjes om en nabij het huis. Stromende wateren. Ontelbaar veel stromende wateren. En dan vele jaren later was er maar één enkel stromend water. Eenzaam, maar wel zo spectaculair als de stromende wateren van weleer. Het is een verzameling van stromende wateren geworden... digitaal verpakt als BanyuMili. Zal BanyuMili altijd blijven stromen?

Het begon in april 2000 als een soort nieuwsgierigheid. Internet? Wat is dat? Website? Wat is dat? Alles wat los en vast zat over internet en website las ik, verslond ik. Ik had gelukkig mijn grafische achtergrond mee. Gelukkig! Want vele websites zijn saai. Technisch zit het best goed in elkaar. Maar grafisch onverantwoord. Bij BanyuMili is het andersom. Vele website maken gebruik van de gratis diensten van Joomlah. Standaard templates. De websites die daar gebruik van maken, lijken allemaal op elkaar. Maar BanyuMili is anders. Daar ben ik trots op. Ook al zit het technisch niet goed in elkaar. Maar daar zal in de komende tijd ook veranderingen in komen. BanyuMili is blij met de bijzondere multimediaspeler. Vele websites maken gebruik van 'embed video' van YouTube. Niks mis mee. BanyuMili heeft, echter, licentie gekocht voor de multimediaspeler en ook de speciale 'plug ins' om de speler dynamisch te maken. BanyuMili is in staat om zelf .avi en .mov videofilms te encoderen naar .flv bestanden. Dat is best uniek. Want BanyuMili is een eenmans activiteit. Geen stichting of vereniging met subsidies. En ook geen organisatie met een complete staf. Alleen in de rubriek MusicGallery maakt BanyuMili gebruik van de diensten van YouTube. Er is geen andere mogelijkheid om dat uit te sluiten. Het klinkt allemaal arrogant. Maar is het wel zo? Het is pure werkelijkheid, een constatering. Een feit, net zoals stromend water.

Ik heb veel geleerd de afgelopen jaren. Ook hoe de reacties zijn van anderen. BanyuMili, maar vooral de webmaster, moet het vaak ontgelden. Door sommigen verguisd. Maar ook de hemel in geprezen door velen. Vaak lijkt het er op dat jaloezie om de hoek kijkt. Dat één man zoveel kan. En doet vooral! De afgelopen jaren hebben veel scholieren en studenten van de diensten van BanyuMili gebruik gemaakt. Scholieren en studenten uit Suriname en Nederland. Nederlandse studenten die stage willen lopen in Suriname kloppen ook aan bij BanyuMili. Daar ben ik blij om! Ik zou zo uren aan de gang gaan, maar dat doe ik liever niet. Het klinkt weer zo arrogant, hè? Ik laat BanyuMili zelf het werk doen... laat het water maar stromen. [Reinier Kromopawiro, 8 november 2010]

Nu nog allochtoon en autochtoon...
straks is iedereen integrant

Er is door BanyuMili een voorstel gedaan aan de redactie van Van Dale Groot woordenboek van de Nederlandse taal om het woord 'integrant' er in op te nemen. Zie het antwoord emailbericht van de redactie van Van Dale Groot woordenboek onderaan dit artikel.

Integreren is een kwestie van goed kunnen communiceren met elkaar en dus komt goede communicatie van twee kanten. Van de allochtoon en van de autochtoon... van de integrant. In het 'Groene boekje' bestaat het woord integrant niet... nog niet. En in de dikke Van Dale ook niet... nog niet. Het is een bedenksel van BanyuMili. Van alweer een paar jaar geleden. Het komt van integreren. Analoog aan immigreren, immigratie, immigrant. Dus integreren, integratie, integrant.  Het is nog steeds actueel. BanyuMili haalt het weer uit de kast. Ook vanwege het nieuwe jaar en hopelijk met nieuwe kansen. Over dit onderwerp heeft BanyuMili een musical geschreven. Klaar voor 2010.

Het 'Groene boekje' is de officiële Woordenlijst, samengesteld in opdracht van de Nederlandse Taalunie. Daarin staan de spellingwijzen, voorgeschreven door de Nederlandse en Vlaamse regeringen. En geldt het tegenwoordig ook voor Suriname als lid van de Nederlandse Taalunie. In het 'Groene Boekje' staan ruim 110.000 woorden. Plus 500 woorden uit Suriname. En misschien straks plus één, met het woord integrant. Nieuwkomers in Nederland moeten inburgeren. Oudkomers ook. Zij moeten integreren. Zij  worden straks waarschijnlijk integranten genoemd. Nu zijn zij dat niet (nog niet), want het woord integrant bestaat ook niet (nog niet). Dus kunnen zij moeilijk integranten genoemd worden. Dus werk voor de Nederlandse, Vlaamse en Surinaamse regeringen. Het woord integrant moet in het 'Groene Boekje'. Zij hoeven het niet meer te bedenken. Dat heeft BanyuMili al gedaan. Zie wat BanyuMili (het Javaanse stromende water) straks teweeg brengt. 

Het woord 'allochtoon' bestaat. Allochtonen (meervoud van allochtoon) komen van buiten. Zij behoren niet tot de autochtone bevolking. En alle allochtonen moeten integreren. Geïntegreerde allochtonen worden straks dus integranten genoemd.
Maar integreren moet van twee kanten komen.  Tweerichtingsverkeer heet dat in de communicatieleer. Dus de autochtonen moeten meedoen in het integratieproces van de allochtonen. In het gehele traject. Als beide partijen het beoogde succes behalen, worden de allochtonen en autochtonen integranten genoemd. O, jee, weer werk voor de Nederlandse Taalunie. De woorden 'allochtoon' en 'autochtoon' moeten dan verdwijnen uit het 'Groene Boekje'. Sorry...

De tragiek van een veelkunner... 

Pak Marto woonde in een klein dorp, een typisch Javaanse gemeenschap met lurah (dorpshoofd) en kaum (godsdienst beambte) en bajan (dorpsbode). Alle drie door de staat aangesteld. Zij hadden ook het voorrecht om bij officiële feestdagen de nationale kleuren te mogen laten wapperen.

Pak Marto was een alleskunner. Van het ontwerpen en het maken van meubilaire artikelen tot aan het schrijven van brieven aan overheidsinstanties. Ongeletterde oudere dorpsbewoners klopten bij hem aan als er iets in die richting gedaan moest worden. Hij deed dat met vol overgave en liefde voor zijn medemens. Hij was ook landbouwer en muzikant. Hij kon ook tekenen. Af en toe deed hij een tekening maken voor zijn kinderen: een cassave, een tros jonge kokosnoten, een opengesneden papaya of een schil van een banaan. Dingen die zijn landbouwgrond voortbracht. Zijn bijzondere handschrift werd ook door iedereen bewonderd.

Een creatieve man, die Pak Marto. Zo teelde hij paprika op zijn kostgrondje. Men zou nu kunnen stellen dat het toen ging om innovatief klein landbouwbeleid. Prompt deden andere landbouwers hem na. Hij teelde ook tomaten. Gesorteerd naar grootte werden de tomaten in bakjes geordend, klaar voor de verkoop op de markt.

Hij was ook leider van een ludruggroep. Ludrug is Javaans toneel. Zijn gezelschap oogstte veel waardering onder het Javaanse publiek. Bij dat gezelschap hoorde ook een gamelanensemble bij met daarin alleen maar familieleden. Pak Marto stamde dus af van een muzikaal artistieke familie.

Het is teveel om over het leven van Pak Marto te schrijven. Hij was in ieder geval iemand die alles kon en deed. Maar hij werd niet bekend als de wereldberoemde Italiaanse kunstenaar Leonardo da Vinci. Ook voor zijn medemens was hij altijd beschikbaar. Dag en nacht. Hij was niet technisch opgeleid, maar leidde wel de afwateringssluizen projecten in zijn dorp en naburige gehuchten. Ook het bouwen van bruggen draaide hij zijn hand hand niet voor om. En op politiek gebied heeft hij daar ook zijn aandeel in gehad. Kortom... een en al hulde aan Pak Marto. En... de traditie wordt voortgezet... genetisch! En de gevolgen daarvan...

De 'elletjes' van het golfje van opwinding...

Vijf jaar geleden... Langzaam en behoedzaam laverend ging ik na een bezoek aan een heerlijke computerwinkel richting huis. Het was niet druk op de weg. Gelukkig maar. Met mijn zojuist aangeschafte computer met Windows 98 als besturingssysteem op de achterbank bestuurde ik mijn zwarte bolide als een rasechte bestierder. Een moment prikkelde plots in mijn innerlijke wereld en steeg tot in hogere sferen en bereikte omgekeerd evenredig met de snelheid van mijn zwarte bolide mijn hypothalamus (kleine hersenen) het toppunt. Ik ga een website bouwen. Met als hoofdonderwerp de taal en cultuur van de Javanen van Suriname. Een golfje van opwinding in ongekende vorm.

Dat golfje bleek later niet meer te temmen. Een super gedurfde onderneming overigens, temeer omdat ik op dat moment nooit eerder heb mogen internetten. Internet? Wat was dat dan precies? Iedereen had het erover. Ik heb nog nooit het internet mogen aanschouwen. Laat staan het bouwen van een website. Ik sta in mijn gedachten al bespiedend hoe een spin een web bouwt. Daarmee aangevend hoe moeilijk het zou kunnen zijn om een website te bouwen. Mijn vermoedens werden inderdaad bewaarheid. Het bouwen van en website vergt heel veel energiegolfjes. En een bouwkundige ben ik ook niet. Eerst mijn computer installeren dan maar en kijken hoe het verder afloopt. 

Het golfje van opwinding heeft niet lang daarna een transformatie ondergaan. Eigenlijk is er een kind geboren. Een wolkje van een golfje. Het kreeg de naam BanyuMili. Het is niet zomaar een naam. Het is afgeleid van het gamelanspel. Met de vele stromingen, golven en golfjes. Eerst langzaam en dan in een stroomversnelling, dan weer hard en vervolgens als een zacht plofgeluidje eindigend. Zo ook is de stroom van een rivier. Als gevolg van de maanstanden zijn er maantoestanden op aarde: eb en vloed. Eerst langzaam en dan weer dreigend in een stroomversnelling. BanyuMili is stromend water. Geschreven met een hoofdletter B en een hoofdletter M. Net als Mary-Ann of Jan-Hendrik. De naam van een kindje.

Een Javaans kindje met een dubbele Javaanse voornaam heb ik nog nooit eerder gezien. Zoiets van Soelie-Wagijem. Of in ergere vorm Yemé-Nemé. Nee, dan maar BanyuMili en zonder een streep daar tussen. Het idee 'banyumili' is eigenlijk al eerder ontstaan. Maar niet tot de geboorte van een website geleid. Die bevruchting is door een tegendraads draaiend golfje verzwolgen. De andere supernatale bevruchting heeft pas vele jaren later vorm gekregen in de vorm van een website. Vele websites zijn doodgeboren kindjes. Ze worden niet goed verzorgd. Worden mager en velen zijn magertjes. En uiteindelijk worden ze magerdood. Maar BanyuMili is een website met veel 'elletjes'. De 'elletjes' van het golfje van opwinding 

De website BanyuMili is dus begonnen als een golfje van opwinding. En het is niet daarbij gebleven. Inmiddels is het een golf geworden die weer andere golven doet ontstaan. En de andere golven doen weer andere golven ontstaan. En tot de dag van vandaag blijven alsmaar golven ontstaan en het water van BanyuMili blijft stromen.  

De 'elletjes' in levenslerend, levenslustig en levensliberatie' van het golfje van opwinding hebben hun werk niet voor niets gedaan. Lang leve 'elletjes'.

Vitaminerende zon in een romige herfst...

Een lekkere leuke zomer is achter de rug. Toch of niet soms? In ieder geval sluipt de winter nu via herfstwegen naderbij. En willen wij nog even nagenieten van de late zonnestralen die nog steeds neerdalen in een deze kleurenmooie sfeer. Op terrasjes genieten terrasjesmensen nog van een wisselend mooi uitzicht. Kleuren en vormen vliegen langzaam en dan weer snel voorbij. Taferelen die aangewakkerd worden door de 'kom en koop' roepende reclames. Nog snel een bloesje kopen bij de drogist. Of een trui voor de komende winter. Een mp3-speler of de allernieuwste game voor de kinderen voor het geval de witbebaarde man langs komt in december.

De herftsvakantie is begonnen. Reisbureaus hebben vele bezoeken ontvangen. Tevreden klanten zijn inmiddels onderweg richting zuidelijke landen of andere tropische dan wel subtropische bestemmingen. De thuisblijvers, de harde werkers, de minder of geen eurokrachtigen moeten het maar stellen met de nog volop vitaminerende zon die ons als gratis voorziening op een zilveren schotel wordt opgediend. Wij boffen toch maar!

Nog zichtbaar schittert de zon in de late middag. Nog immer energiek voorziet zij ons van licht, warmte en vitamine. Groepje nazomerzonaanbidders genieten nog volop op terrasjes. Als de kopjes koffie worden geserveerd, komen spontaan geelgekleurde dan wel bruinachtige bladeren van het nabije bomenarrangement aanvliegen. Alsof zij stiekem van huis zijn weggelopen en een kleur hebben gekregen uit schaamte, schuldgevoel of wat dan ook. Dan ploffen ze met zacht geweld neer in de golf van room, cafeïne en al of niet in combinatie met zoetmakers. De genieters genieten genotvol. Kinderen spelen krijgertje in buurt van de ouders. 

Iets verderop scheren gillende meeuwen rakelings langs een lantaarnpaal. Ook zij ploffen zacht neer voor een groepje patat etende rappers en hiphoppers die de harde stukken op de harde grond laten ketsen en een knal geven als mini vuurwerkjes. De meeuwen schrikken zich te pletter en nemen aanstalten om de vleugels weer te spreiden. De geur van olie en patat is echter sterker en de innerlijke vogel (vgl: van innerlijke mens) moet ook verzorgd worden. Dus blijven de meeuwen kleven aan de zwaaiende en zwierende broekomslagen van de rappers en de hiphoppers. En de meeuwen hoppen hip van stukjes harde patat naar stukjes harde patat en rapen met hun snavels de harde patatjes naar binnen. De rappende geluiden die daardoor ontstaan, hebben hun impulserende werking gedaan. Plots rappen de rappers en hiphoppen de hiphoppers tot volle genot van de alles-genietende terrasjes-peeps.

De zonschuwers zitten van achter het raam te genieten van dit nazomerse spektakel. Gratis en dat is prettig voor de de minder of geen eurokrachtigen. En veilig meeuwvrij. Maar in het diepst van hun gedachten verlangen zij toch naar een vitaminerende zon in een romige herfst. Gelukkig is de kansperiode lang, want de zon blijft voorlopig eeuwig schijnen.

Nu-moment of moNument...
herinneringen herinneren, herkennen en herinnen

Uit de verte doemen op deze mistige morgen twee lichten op. Naarmate zij dichterbij komen herinneren mijn herinneringsmechanismen de herinneringen en herkennen de twee lichten als de koplampen van een metrowagon. Weldra herinner ik mij dit tafereel en maak er dankbaar gebruik van om dit stukje te schrijven. Herinneringen zijn beelden of gedachten die niet van het nu-moment zijn. Het nu-moment is het monument van het niet nu-moment. Herinneringen worden opgeslagen in de nimmer volle harddisk van het individu.

Velen kunnen beelden of gedachten van vroeger die hen nog dierbaar zijn, reproduceren. Ze worden zelden opgeschreven, maar worden eerder als een verhaal verteld aan een familielid, vriend of kennis. Soms aan een groep mensen tegelijk. Ook bij officiële toespraken worden herinneringen naar voren gehaald en geactualiseerd om iets van dezelfde strekking te illustreren dan wel nadrukkelijker te maken. Veel herinneringen zijn helder, ze kunnen helder voor de geest worden gehaald. Andere herinneringen zijn wat vaag, een beetje mistig. Ook deze morgen bij het schrijven van dit stuk is het mistig buiten. Veel dingen die bij helder weer of normale omstandigheden makkelijk te onderscheiden of te definiëren zijn, worden vervaagd door de edele natuur.

De vage lichten die vanuit het niets opdoemen, komen dichterbij. Ze zijn direct te identificeren. Want ik kijk uit op de metrolijn als ik in mijn werkkamer zit. Als het niet mistig is, herken ik ze meteen. Het zijn de lichten van een metrowagon. Fysieke lichten. Andere zijn psychische lichten. Dat zijn de herinneringen die zomaar op een dag kunnen opdoemen.

Er zijn behalve de fysische en psychische lichten ook andere. Lichten die het leven plezierig maken. Ze verhelderen alles wat donker is in de geest van de mens. Als het even niet meezit, kan het leven van een mens in zo'n situatie plotsklaps in een ware jubelstemming veranderen. Deze lichten komen uit de vijfde dimensie. Dimensionale lichten zijn het dus of lichten uit het universum. Universele lichten.

Daarnaast zijn er de gevaarlijke lichten. Rode lichten in het dagelijks verkeer betekent gevaar. En bij gevaar wordt het mechanisme eraan herinnerd om alert te reageren. In sommige gevallen is de reactie onbewust, automatisch. Er wordt adequaat op iets gehandeld. In andere gevallen worden alleen de herinneringen herinnerd en wordt ze bewust genegeerd. En de reactie is meestal tegendraads. Tegen het normaal menselijk handelen in. Dus volgens de vandaag de dag zo populair geworden onderwerp: waarden en normen. Meestal wordt dit omgedraaid. Normen en waarden. Maar mijns inziens is de volgorde waarden en normen. Volgens een bepaalde waarde wordt er een serie normen vastgesteld. Dat is de redenering.

Waarden en normen worden ook opgeslagen in het zeer ruime en toegankelijke herinneringsmechanisme van de mens. Het wordt - net als verkeersdeelnemers rood licht negeren - bewust niet herinnerd, herkend en herind. Uit basaliteit of banaliteit. Zo zijn er omgangsvormen die in het herinneringsmechanisme zijn opgeslagen. Maar bewust niet worden herinnerd, herkend en herind.

Na al deze overpeinzingen is er maar één conclusie mogelijk: Laten wij de herinneringen weer (laten) herinneren en (laten) herkennen in en door ons herinneringsmechanisme. En laten wij ze vooral herinnen. Dit laatste betekent opnieuw innen en opnieuw gebruiken. Ook op deze mistige morgen. Net als de koplampen van het metrowagon. Laten wij het niet nu-moment een monument zijn in het nu-moment.

Literair versus een liter air...

Vorige week had ik ook al iets met air. Dat was "Hands In The Air'. Aangezien de lucht de laatste tijd weer volop in het nieuws is, schrijf ik deze week weer over air. 'Air' als Engels woord vertalen wij met lucht. De lucht die wij ademhalen. Men zegt wel eens:"Ik heb geen lucht meer, ik kom adem tekort." Daarmee wordt bedoeld dat er een tekort aan zuurstof is. De conditie van de lucht verschilt ook van plaats tot plaats. Zo is de lucht in de Randstad niet zo zuiver als boven op de Zwitserse Alpen. Maar "air' heeft ook een andere betekenis. Een persoon kan een 'air' hebben van hier tot ginder. Wat is dat? Voor het gemak noemen wij deze 'air' die andere 'air'. En wat is dan literair en een liter air.

Aan de hand van een verzonnen scène zal ik proberen het verschil aan te geven tussen literair en een liter air. Het gegeven onderwerp is: Een oude meneer gaat om tien uur 's morgens met de metro naar het centrum van de stad.

Maar eerst die andere 'air'. Die andere 'air' verschilt van persoon tot persoon. Hij of zij heeft een 'air' van hier tot ginder. Het is een combinatie van persoonsgebonden fysische en psychische lucht. De impact hangt samen met de conditie van de lucht die de mens ademhaalt. Het verschilt dus van plaats tot plaats. Het effect is meestal een negatief interfererend. Grof gezegd: "Bah!"

En dan nu een liter air. Het is druk bij de metrohalte. Een oude meneer stapt de metro in en gaat bij het raam zitten. Tien minuten later arriveert hij in het centrum van de stad. Dit superkorte verhaal kan worden geassocieerd met een liter air. Even een snuifje luchthappen en alles is weer voorbij. Een liter air heeft geen of weinig inhoud.

Literair zou mogelijkerwijs het volgende verhaal kunnen zijn.
De ochtend breekt aan als op een iedere andere dag. Maar niet voor meneer Schoenmaker. Hij woont alleen en wil op deze voor hem schitterende dag naar het centrum van de stad. Als hij bij de metrohalte staat, droomt hij van een verre reis. Een onzichtbare omroepster kondigt met een hese stem de aankomst van de metro aan. Naast hem staat een jonge vrouw hand in hand met haar jonge dochter van een jaar of vijf. Een aardig lief meisje met een pop in haar andere hand. Als de deuren van de metrowagon opengaan, stapt meneer Schoenmaker naar binnen en zoekt rustig een plaatsje bij het raam. Zo kan hij zijn reis naar het centrum van de stad laten vergezellen door filmische beelden die langs zijn raam voorbijgaan. Nog steeds droomt hij van een verre reis. De tijd tikt door, minuten vliegen voorbij. Net als de filmische beelden. Maar deze beelden zijn niets anders dan wat de andere medereizigers ook zien die bij het raam zitten. Althans, als zij in dezelfde rij zitten als meneer Schoenmaker. En als zij ook naar dezelfde kant naar buiten kijken. Nog even dan gaat de metrowagon door de tunnel. Het wordt donker. Links en rechts. Alleen de binnenverlichting van de metrowagon ketsen schichtig op de donkere  muren van de metrotunnel. Beelden van verre reizen worden voor meneer Schoenmaker op de muren van de metrotunnel geprojecteerd. Tien minuten later na aanvang van zijn reis arriveert de metro in het centrum van de stad. Rustig loop meneer Schoenmaker op het drukke perron. En naast hem loopt de jonge vrouw, nog steeds hand in hand met haar jonge dochter van een jaar of vijf. Een aardig lief meisje met een pop in haar hand. En nog steeds droomt meneer Schoenmaker van een verre reis. En... die is tien minuten begonnen.

In diezelfde tien minuten is het verschil tussen literair en een liter variabel. Dat hangt van het vervoersmiddel af. Qua afstand een korte of een verre reis. Een liter air met een vleugje van die andere 'air' is beter dan een liter air. Maar dat komt een beetje onsympathiek over. Dan maar een liter air uit de Zwitserse Alpen. Al was het maar voor korte duur.

Handige Handen... Hands In The Air!

Wat is er toch met mij aan de hand dat ik nu over handige handen wil schrijven. Er kan veel geschreven worden over handen. Ook over handige handen. Vandaar waarschijnlijk? Want vele handen maken licht werk. Maar soms hoor ik ook: blijf toch met je handen er vanaf. In vele gevallen worden die handen vervangen door klauwen of poten. Maar dat is ruw. Ruwe handen. Nee, dan liever edele handen.

Ik zit niet vaak met mijn handen in het haar. Gelukkig. Met handen in mijn grijze haren zitten is wat ongemakkelijk. Bij sommige mensen kan dat helemaal niet. Mensen zonder haar kunnen niet met hun handen in het haar zitten. Hoe doen zij dat dan? Vaak zijn het mannen. Sommige van die mannen hebben dan wel weer haar op de tanden. Vrouwen hebben meestal lang haar. Er zijn weinig kalende vrouwen. Als zij dan met de handen in hun lange haren zitten, kunnen ze toch wel in een handomdraai hun draai terugvinden.

Zo zie je, met handen kan je alle kanten op. Vooral als alles binnen handbereik is. Dat is wel erg handig. Want je hoeft geen enkele handleiding te volgen. Handleidingen zijn vaak handig, maar ook onhandig. De handzame handleidingen zijn het handigst. En als je dan nog niet uitkomt is een handgebaar of een handreiking van een handige hand een uitkomst. Mensen geven tegenwoordig niet vaak handreikingen. Wij reiken elkaar de hand niet vaak. Nee, dat is te handmatig. Om daar zweethanden van te krijgen. Velen matigen dus met hun handen, want zij zijn ook aan handen en voeten gebonden. Bij het overhandigen van teveel handreikingen geef je je handpalm teveel bloot. Blote handen zijn kwetsbaar. Dus dragen mensen bij speciale werkzaamheden handschoenen.

Met handschoenen in de hand kom je niet ver. Wel met de hoed in de hand, dan kom je door het ganse land. Maar hoe zit het nou met de pet. Voor het geval je geen hoed hebt. Ja, ja, als Jan met de pet rondgaat, is dat een handeling van Jan, ten behoeve van Jan zelf of voor een ander. Maar met Jan Met De Pet is er geen land te bezeilen. Want die leeft van de hand op de tand. En er blijft niets over voor in de handtas.

Handtassen gaan soms van hand tot hand. Kameraden gaan vaak hand in hand. Kleine handen en grote handen. Kleine kameraden en grote kameraden. Grote kameraden met kleine handen. En kleine kameraden met grote handen. Handen in vele kleuren en geuren. In het laatste geval moet je je handen wassen. Ook in onschuld. Onschuldige handen. Handen bekennen ook kleuren. Ze worden door handlezers gelezen. Je kan niet je eigen handen lezen. Eigenhandig... sommige mensen handelen eigenhandig. Zonder hand en spandiensten. En anderen steken geen enkele hand uit.

Zo kan je met je eigen handen eigenhandig veel schrijven en verhandelen over handen. Maar pas op! Schrijf en verhandel met mate, anders worden je handen in de boeien geslagen. En nog wel hardhandig ook. En als je alles uit handen geeft, inclusief die handboeien, kunnen ze je anders behandelen en je handen van de hand doen. Een handelwijze om je handen er vanaf te blijven.

Je bent wel lekker bezig, zeg,  met je handen. Maar hoe zit het nou met die handige handen? Dat is toch de titel van dit stuk? Handige handen kunnen hand in hand gaan en en vele handige handen maken licht werk. Ook zwaar handwerk. Handige handen kunnen handzame handleidingen handmatig maken. En dat is erg handig. Handige handen zijn beter dan twee linkse handen. Twee linkse handen kunnen ook rechtshandig zijn en tegelijkertijd linkshandig. Onhandig is als linkerhand gebruikt als rechterhand en andersom. Dan is het moeilijk om iets met beide handen te pakken. En nog moeilijker is om van iets af te blijven. In dat geval zijn het klauwen of poten.

Ik hou mij liever bij mijn handige handen en die dan ook thuis houden. Voor je het weet ligt er een handgranaat(appel?) binnen handbereik. Handige Handen... Hands In The Air!

CNN... Cafeïne, Nicotine, Neutraline
en de gevolgen van het 'ine-effect'.

Tijden veranderen. In de jongere jaren van het individu draait alles om Sex, Drugs en Rock 'n roll. Samen Doen Reconditioneert.
Bij mij draait tegenwoordig alles wat de klok slaat om Shag, Druk en Rolmops (of beter gezegd rollende mops, een soort dolly dots). Simpel, Dynamisch en Rap. Maar nog meer om CNN... Cafeïne, Nicotine en Neutraline. Confronterend, Nadenkend en Neutraliserend. Het woord neutraline heb ik zelf bedacht. Want deze creatie creëert in mij een nieuwe beleving. Believe it or not! Het is een oppepmiddel tegen gemeenschapszin. Niet die ene algemene gemeenschapszin, maar de andere bijzondere. De (ver)dwaalzin.

Zin in lezen had ik vroeger altijd. Zonder te (ver)dwalen. Op de lagere school op Bakkie lazen wij uit het leesboek 'Wij en wereld'. Daarna bestond mijn wereld uit drie werelden: de kleine ik-wereld, de grotere jij en ik-wereld, en de nog grotere jullie en ik-wereld. Van de jij en ik-wereld heb ik sinds kort enigszins afstand genomen. Nu draait alles even om de kleine ik-wereld en de jullie en ik-wereld. Voor alle duidelijkheid. De jullie en ik-wereld is de grote universele wereld. Goed nagedacht is de kleine ik-wereld in feite groter dan de jullie en ik- wereld. Tenminste, dat is bij mij wel het geval.

In de kleine ik-wereld is alles groot. Alles lijkt zo groots. Zonder grootheidswaanzin overigens. Want de kleine wereld op zich is al een grootheid. Grootheid in eenheid. En in al zijn eenvoud. Eenvoudig groot in eenheid. Maar niet voor het individu met een gespleten persoonlijkheid. Anders is de kleine ik-wereld verdeeld. Net als de jij en ik-wereld. Die is ook verdeeld. Die ligt vaak overhoop met elkaar. Alles hoopt over. Het werkwoord 'overhopen' bestaat niet. Dat heb ik zelf bedacht bij het schrijven van dit stuk, want mijn gedachten lopen over van opwinding.

'Overlopen' bestaat dus wel. Dat gebeurt dan ook vaak en in vele gevallen in andere betekenissen. Alles loopt over. De melk bijvoorbeeld, bij het koken. Maar individuen lopen ook over. Naar elkaar en van elkaar. Tegen elkaar. Dwars door elkaar. Dat zijn de zogenaamde dwarslopers. Met lopers die dwars liggen is geen enkele deur open te krijgen. Ook geen dwarsdeuren. Alleen met dwarsdeurenlopers kan men dwarsdeuren open krijgen. Wat een dwarsheid!

En alles lijkt tegenwoordig op de schop. Men schopt ook tegen elkaar. Schoppen zijn makkelijk te vinden. In de schuur en in tuincentra. Of bij de buren, als je geluk hebt. Schoppen is ook makkelijk om te doen. Dat gereedschap om te schoppen is altijd bij de hand. Met de voeten kan men schoppen uitdelen. Dat lijkt meer op fysiek geweld. Of zinloos geweld. Maar schoppen kan ook met woorden. Woordelijk geschop of psychisch geschop. O, het woord geschop bestaat ook niet in het 'Groene Boekje'. Wat een creatieve momenten, zeg. Dat komt waarschijnlijk door CNN... Cafeïne, Nicotine en Neutraline. Neutraline geeft mij meer kracht, macht, inventiviteit en creativiteit (KMIC). KMIC? Ja,ja! Kan Met Inzicht Creativeren. 'Creativeren' bestaat ook niet. Alleen als je creatief bent. Nu dwaal ik af. Terug naar CNN...

De jullie en ik-wereld ligt om de hoek. Ondanks of dankzij de globaliteit. Globaliteit? Dat bestaat ook niet. Globalisering? Ja, maar dat heeft weer een andere betekenis. Dankzij de digitaliteit, sorry digitalisering, is de snelweg naar de jullie en ik-wereld snel te vinden. Ook in de jullie en ik-wereld wordt veel geschopt. En de hoeveelheid schoppen zijn meer dan in de jij en ik-wereld. En daar wordt niet alleen globaal geschopt, maar globaliserend geschopt. Global kicking heet dat in het Engels. Daar krijgt men inderdaad een kick van. En ik krijg in ieder geval een kick van CNN... Cafeïne, Nicotine en Neutraline. Misschien als 'breaking news' voor de andere CNN? Want als er geschopt wordt, kan een en ander breken natuurlijk. En dat is nieuws... de gevolgen van het 'ine-effect'.

De geboorte van de nuldag en de nulmaand... en de wedergeboorte van de Wijze Knul uit het Oosten

Het wayangverhaal uit het verleden. Bharatayuddha: dat was de broederstrijd tussen de Korawa's en Pendawa's. De vijf broers waren: Yudistira, Bima, Arjuna, Nakula en Sadéwa. Daarom heten zij ook Pendawa Lima.
De Korawa's en de Pendawa's waren van één en hetzelfde geslacht: het Kuru-geslacht, met Batara Guru als hun gezamenlijke stamvader.
De Korawa's (101 man sterk) strijden tegen de Pendawa's. Hun tegenstellingen waren onoverbrugbaar.
De tweede van de Pendawa's is Bima. Zijn andere naam is Werkudara: de mascotte van BanyuMili...

Het schaduwverhaal uit het heden. In een ver vreemd land woont de familie Walawala. Zij zijn geëmigreerd uit een ander ver land. Zeg maar hun gezamenlijke geboorteland. Grote oceanen scheiden deze twee landen. Ze bezoeken elkaar bij tijd en wijle. Sommigen regelmatig. En in dat verre vreemde land groeit de familie gestaag. En ze groeien uit elkaar. Ze gaan in andere steden wonen. Maar ze houden wel contact met elkaar. Zij vormen groepen. Ook woongroepen. Maar de meeste zijn vriendschapsgroepen. Of ze vormen groepen om anderen of andere groepen te helpen. Dat denken ze tenminste. Maar onder de onderhuidse golven golven andere golven. Net als in grote oceanen. De golven strijden tegen andere golven. Ze botsen tegen elkaar. Ze bestormen elkaar. Door weer en wind. Sommige acties leggen geen windeieren. Andere acties lijken op de orkaan Katrina die op het moment van schrijven van dit stuk onderweg is naar New Orleans. Een stad in Amerika. De inwoners trekken weg. Maar in Tanah Wala in dat verre vreemde land waait een andere orkaan. 

In Tanah Wala trekken sommige groepen ook weg. In dit geval vrijwillig. Om de stormende golven te mijden. Want als de families in Tanah Wala iets ontketenen dan ontketenen ze ook op hetzelfde golvenmoment. Alsof zij tegelijkertijd een stuk land aan het verdedigen of veroveren zijn. Maar golventijd is rekbaar en niet vergelijkbaar met een stuk golfland. Daarom vallen de eerste en de tweede Kerstdag niet op dezelfde dag. Gelukkig maar. Maar de families Walawala - geboren in dat ene Tanah Wala in dat verre vreemde land willen 31 december en 1 januari op één en dezelfde dag laten golven. 

Het nulverhaal uit de toekomst. Een Wijze Knul uit het Oosten gaat zijn eigen nulgang. En creëert zelf een nieuwe dag en een nieuwe maand: de nuldag en de nulmaand. Als de eerste nuldag van de eerste nulmaand aanbreekt, voelt de Wijze Knul zich als wedergeboren.

De eenzame kracht van de eenzame aarde

Vooralsnog neem ik aan dat er in het grote universum slechts één aarde bestaat die bewoond wordt door mensen, dieren en planten. Maar de aarde is niet de enige planeet. Toch draait de aarde met al haar moois als eenzame wereld om de zon. Jaar in jaar uit. Zolang is de baan van de aarde om de zon. Maar de aarde draait ook om haar eigen as, die vierentwintig uren duurt verdeeld in daguren en nachturen. De duurte daarvan is op elke plek op de aarde verschillend. Precies op de evenaar duurt een dag precies twaalf uren en een nacht precies twaalf uren. Zo blijft de aarde in haar eenzaamheid draaien. Bijna onverstoord...

Op de aarde draaien onnoemelijk veel individuen mee met de eenzaamheid van de aarde. Zowel in voorspoed als tegenspoed draaien die individuen onverstoord mee. Velen in eenzaamheid. Ik noem hen voor het gemak de eenzamen. Dat zijn dus eenzame individuen die meedraaien in de eenzaamheid van de aarde. 

Behalve de eenzamen of eenzame individuen is er nog een groep, namelijk de eenzame eenzamen. Ook deze eenzame eenzamen draaien mee in de eenzaamheid van de aarde. Een lid van deze eenzame eenzamen kan een eigen koers varen die anders is dan de koers van de andere eenzame eenzamen.

Deze eenzame eenzaam (enkelvoud van eenzamen) is als individu krachtiger dan de andere eenzame eenzamen. De manier van werken van de eenzame eenzaam berust namelijk op een ander niveau van intelligentie, kundigheid en levenskunst dan de andere eenzame eenzamen.

Deze eenzame eenzaam heeft de eenzame kracht van de eenzame aarde. En zij draaien mee in de eenzaamheid van de aarde. Bijna onverstoord...

Donderende donderwolken...

De eerste zonnestralen priemen al in je gezicht. Ook al is het nog vroeg in de morgen. Een warme, hete zomer komt je tegemoet, blijkbaar. Ruikbaar en voelbaar is de geur van het nieuwe leven wel. Je geeft je ogen goed de kost. Want weldra is het een drukte van jewelste. Een nieuw begin en een nieuw geluid. Elk jaar terugkerende taferelen. Je bereidt je voor op een overheerlijk genot. Laat de wolken maar wolken blijven en geen donderwolken worden. En ze moeten zeker niet gaan donderen. Wat een gedonder toch... telkens weer.

Het is zondagmorgen. Terwijl anderen nog in diepe rust verkeren en geen benul hebben van wat er werkelijk in de werkelijkheid gaande is, ontwikkelen bij enkelingen in gedachten erupties, de bekende onvermijdelijke angstaanjagende donderwolken.

Natuurkundig gezien hebben wolken twee soorten elektrische ladingen. Bovenin zijn er de positieve en onderin de wolken de negatieve. Net het leven zelf. Dat is ook bezaaid met positieven en negatieven. Het grappige of het mooie ervan is dat beiden elkaar aantrekken. Wanneer de negatieven overheersen, ontstaan er donderwolken. Ook in de werkelijke werkelijkheid zijn het vaak de negatieven die het meeste geluid produceren. Maar de ladingen kunnen ook van de ene wolk naar de andere wolk overspringen. Dan zijn de geluiden van dergelijke driedimensionale omvang dat het oorspronkelijke donderend geluid niet meer te traceren is.

Zo is het leven ook. Er zijn groepen van positieven en negatieven bij elkaar. In balans bloeien zij als een veld vol zonnebloemen. Dan schijnen de zonnen echt bloemig. Wanneer het ene deel het andere overheerst, ontstaan er donkere wolken. Donkere wolken kunnen overvloeien in donderwolken. En ze blijven ook donker. Totdat er schietende flitsen onze netvliezen bedreigen. Gelukkig is de stomme filmperiode ver achter ons. En gaan de lichtflitsen gepaard met allesoverheersend gedonder. De donderwolken beginnen te donderen. Als dat maar goed gaat. Donderende donderwolken kunnen een nieuwe periode inluiden. Een nieuw begin en een nieuw geluid. Want alles wordt weer flitsend helder.

Dank je wel donderende donderwolken. En nu geen gedonder...

In de stilte van de nacht de honger stillen...

Buiten loopt verdwaald een meisje van naar schatting 17 jaar. Vanuit mijn werkruimte heb ik een aardig overzicht op het plein. Terwijl ik alles en niets overzie, kruipt bij mij de gedachte om alles te stillen wat er te stillen valt. Mijn honger stillen. Als de maag knort, wil dat zeggen dar er onmiddellijk acties ondernomen moet worden om het donderend geluid tot bedaren te brengen. Als je binnen in de huiskamer zit, kan dat binnen een handomdraai. De keuken is binnen handbereik en waarschijnlijk is de koelkast ook goed gevuld. Zo niet dan is de pech die op dat moment toeslaat. Dat wordt dan de honger stillen uitstellen. De nacht begint... en de stilte ook. 

In het lichte schijn van de buitenverlichting wappert eenzaam een fleurige vlag. Dat meisje van 17 haar haar danst mee in de golven van het hetzelfde onzichtbare. Ze stopt even en staart voor zich uit. Mijn werkzame vingers op mijn keyboard stoppen abrupt.  Gefascineerd door het beeld van het meisje en de vlag roert ineens de inwendige mens hevig op deze late avond. Nacht... want de digitale cijfers geven het beeld van de kleine cijfertjes aan. Mijn vingers raken blijkbaar gedesoriënteerd. De letters dansen.

Als ik weer naar buiten kijk, is dat meisje uit het zicht verdwenen en de vlag wappert niet meer. Maar de honger blijft. In de stilte van de nacht heersen onrustige momenten. Fysisch de honger stillen is een alledaags bezigheid. Voor de een gaat dat makkelijker dan de anderen. Psychisch de honger stillen is een ander probleem dat zich niet laat beïnvloeden door economische beslommeringen. Alhoewel... 

Als het om het stillen van psychische honger gaat moet de fysische basis feitelijk ook goed op orde zijn. Met een beetje geluk kan dat best heel goed. Ook in de stilte van de nacht...

Kans... en een houten boot vol met kansen

Kans betekent volgens Van Dale waarschijnlijkheid, mogelijkheid dat iets gebeuren zal en gunstige gelegenheid.

Anderen de kans geven is een mooie uiting van het mooie van het ikzijn. Kansen kun je ook missen of laten liggen. Kansen missen hoeft niet per definitie de schuld van een individu te zijn. Daarentegen is kansen laten liggen niet de schuld van een ander. Er wordt geen gebruik gemaakt van de geboden kansen. Anderen kunnen daar best verdrietig over zijn. Bijvoorbeeld bij gemeenschappelijke belangen. Miscommunicatie, elkaar niet begrijpen of juist elkaar proberen te overtroeven. Wat de ander kan, kan de andere ander ook. Of nog beter. Maar hier liggen juist ook de scheidslijn tussen gemiste en benutte kansen. Bij benutte kansen kunnen ook de doelen gemist worden. Dat zijn de doelgemiste kansen. Anders dan doelbewust de kansen benutten.

Zijn er nog meer kansen. Ja! Kansen creëren. Kansen krijgen. Kansen nemen. Maar hoe zit dat nou met een houten boot vol met kansen. Als je de kans mist - door toedoen van jezelf of een ander - met die boot mee te gaan, dan sla je de plank volledig mis. De bekende gemiste kans... de zogenaamde plankkans. Er zijn normale kansen, bootkansen en plankkansen. Bootplanken en plankboten zijn er ook. maar dat is totaal een ander kwestie... de plankenkwestie of botenkwestie. Ook daarin kan je je kansen vergooien. O, weer wat anders. Naast kansen missen, kansen laten liggen, kansen benutten zijn er ook kansen vergooien. Dat kan je vergelijken met planken gooien. In plaats van een boot te maken van die planken, ga je met de planken smijten. Op die manier kan je natuurlijk de boot missen. En maak je minder kans op alle kansen van de boot vol met kansen. 

Er zijn kansarme en kansrijke omgevingen. In de kansarme omgevingen zijn er ook rijke kansen. Arme kansen in een rijke omgeving bestaan, echter, niet. Er zijn wel kansrijke armen die later in kansrijke omgevingen manoeuvreren. Rijke omgevingen kunnen ook kansarm zijn. Ze creëren zelf die kansen om rijk te kunnen blijven. Arme omgevingen kunnen rijk zijn aan kansen, maar de armen zijn niet zo lang om bij die kansen te kunnen. De rijken hebben korte armen, maar die zijn rekbaar. En kunnen ze alles bereiken. Bereikbare kansen kunnen zowel voor arm en als rijk zijn. Van arme kansen kan je wel rijke kansen maken. Dat heet creatief kansen creëren. 

Arm en rijk hebben niet dezelfde kansen. Maar zij kunnen wel mee met de boot... maar welke? Dezelfde boot natuurlijk... de boot vol met kansen!!!

Ballenjongens, jongens met ballen en ...vuurballen

Dat de bal rond is, weet iedereen. Hoe ronder de bal, hoe beter dat de bal rolt. En Javaanse jongens - pieieieieieiep, wij maken geen reclame - rollen beter. Ja, de jongens met ballen, die rollen beter. De andere rollebollen alleen maar. Zonder ballen. Dat zijn de ballenjongens. De ballenjongens rennen altijd achter een bal aan. Dat zie je vaak bij tennis toernooien. En ballenjongens hopen ooit jongens te worden, jongens met ballen. Maar de weg is lang. De lange ballenweg. Zij moeten eerst leren zien dat de bal rond is en met een ronde bal leren gooien... in een ballentent.

Ballengooien is ook totaal anders dan de bal naar elkaar toespelen. Sommigen kunnen heel goed ballengooien. Hoe meer ballen je hebt, hoe meer ballen je kan gooien. Met een kleine bal gooien is makkelijker dan met een grote bal. Sommigen hebben weinig ballen. Geen ballen betekent ook niet gooien. Er zijn ook die harde ballen gooien. 

Beter is om de bal naar elkaar te gooien. Nog beter is de bal naar elkaar toespelen. Samen ballenspelen. Anderen niet als speelbal gebruiken. Een nieuwe bal is ook altijd mooier dan een gebruikte. Enkele specialiseren zich dus in de bal naar elkaar toespelen. Een mooie ballenspecialist word je dan. Dat vereist niet alleen concentratie, maar vooral genegenheid. Genegenheid der ballen.

Wie kaatst moet de bal verwachten. Dat is ook zoiets. Er wordt heel veel gekaatst, zonder in de gaten te hebben, dat de bal ooit terugkomt. Een terugkaatsende bal. In een steeds andere gedaante. Eerst in de verte is de terugkaatsende bal klein en niet bedreigend en ongevaarlijk. Naarmate de bal dichterbij komt, vormt die bal vaak wel een bedreiging. En soms is het vernietigend. Geen enkele balvirtuoos kan daar tegenop.

Een een andere balspecialist is baldadigheid. Deskundig op het gebied van ballengooien. Baldadige ballengooiers maken er gehakte ballen van. Gehaktballen die - zonder vuur - gehakt maken van mooie ronde ballen.

Een vuurbal tenslotte... daar moet je voor oppassen. Een vuurbal is als een ongecontroleerde projectiel. Die vernietigt alles en iedereen die in zijn weg staat. Die doemt op, helemaal uit het niets en verdwijnt net zo snel als hij opdoemt, weer in het niets. Die speelt dus niet op de bal, omdat die de ballen van iets begrijpen, maar toch altijd aan de bal willen zijn. Vooral in een bal masqué!

Maar er is ook nog de hartverwarmende vuurbal. De zon, onze zon, is een vuurbal met genegenheid. Die straat warmte uit. Hartverwarmende vuurballen, dat zijn de jongens met ballen.

De ballen...

Als alle tonen dezelfde tonen konden zingen...

Toen wij nog op Bakkie woonden en op de lagere school zaten, zongen wij heel vaak hetzelfde liedje. Bakkie had ook een eigen nationaal dorpsliedje. Hier volgt de tekst - met dank aan mijn dorpsgenoot Mas Gomblo uit Hoogezand - die mij deze tekst heeft toegestuurd:

Rechts van de Matapica
Daar wonen wij te zaam
Ons woonplaats heet Reijnsdorp
Wij houden van die naam
Waar wij later zullen reizen
Vergeten doen wij het niet
Daar wonen onze vrienden
Zo ver mijn huizen ziet

Bakkie heet ook Reijnsdorp. Maar is de schrijfwijze wel goed? Had het niet Reinsdorp moeten zijn? Zonder de 'j' dus. Want hoe kwamen mijn ouders dan aan Reinier? Maar goed, laat dat maar zitten. Wij zongen in ieder geval hetzelfde liedje 'Rechts van de Matapica'. Samen met de weinige Hindoestanen die er woonden en onze Afro Surinaamse broeders en zusters. Zij waren in minderheid. Reijnsdorp was overwegend Javanen, de autochtonen. Minderheidsgroeperingen bestonden toen dus ook al. Alle anderen dan de Javanen waren allochtonen. Zo leek het tenminste. Ik probeer dus vergelijkingen te maken met nu, onze situatie in Nederland. 

Wij spraken ook één taal, het Nederlands. En zongen hetzelfde do, ré, mi, fa, sol, la, si, do. Deze tonen zitten dus ook in 'Rechts van de Matapica'. Alle tonen werden gezongen door de allochtonen en autochtonen. Zij vormen samen alle tonen. Alle tonen die dezelfde tonen zongen. Een toonbeeld van hoe het moest met zoveel tonen bij elkaar. Alleen het intoneren viel soms per individu uit de toon. Sommigen detoneerden ook, maar lieten wel een toonbeeld van ijver zien en horen. Sommigen moesten noodgedwongen wel een toontje lager zingen. Leuk hè, zo'n schrijftoon?

De kracht van waterkracht ...

BanyuMili is springlevend. Het water van BanyuMili blijft stromen. Ook in deze moeilijke tijden. Zonder de hulp van wie dan ook. Zonder een eigen computer. Want die heeft, helaas, geen kracht meer. Een krachtenloze computer. Hij was al geen krachtpatser. En nu al helemaal niet meer. Hij kan niet meer patsen of krachten. Hij is zogenaamd verkracht. Hij is verdwenen naar de eeuwige krachtvelden.

Wat is dan de kracht van de man achter BanyuMili. De waterkracht? Het zou kunnen. Misschien wel de kracht van een enkele traan. Tranenkracht. Levenskracht puttend uit één enkele traanvocht. Soms zijn er meerdere tranen. De levenskracht is dan groter. Soms kunnen de tranen wel een rivier vullen. Dan is de kracht helemaal in topconditie. Topkracht.

Tranenkracht is de waterkracht die ik altijd in mij draag. Draagkracht zou je kunnen zeggen. Mijn draagkracht is groot door de waterkracht. Zo groot als waterkrachtstroom. Ik heb dus altijd een waterkracht stroomcentrale bij me. Die voorziet mij van stroomkracht. De kracht van stromend water. Het water van één van de kanalen van Baki. Of van alle kanalen van Baki bij elkaar. Misschien wel het water van de Suriname rivier. Of van de grote oceanen. Mijn simbah-simbah hebben ook over oceanen gereisd, voordat ze voet aan wal zetten op Surinaamse bodem op 9 augustus 1890. En al die Javaanse contractarbeiders... zij hebben allemaal over oceanen gereisd. Vandaar dat zij zoveel kracht hebben. Wij gaan hen ook gedenken met kracht, draagkracht en met andere krachtige krachten. Wij herdenken hun ellende, verdriet, de ontberingen en de gevallenen. Wij gaan ook feesten, want dank zij hen bestaan wij in het heden als Javaanse Surinamers.

De bijzondere beeldschone kracht van BanyuMili... eerlijk en helder!

Op tweede kerstdag werd de ganse wereld opgeschrikt door de verwoestende werking van tsunamis. Allesvernietigende meters 'hoge golven van de haven' brengen dood en ellende in een tiental Zuidoost-Aziatische landen. Niet alleen daar, ook in een viertal Afrikaanse landen. De onzichtbare kracht van water is verschrikkelijk vernielend. Maar hetzelfde 'ha-twee-oo' kan ook bijzonder beeldschoon zijn, zelfs in figuurlijke zin.

Bijzonder beeldschoon als drinkwater, eerlijk en helder als het vocht van ons dagelijkse leven. Een ander bijzonder beeldschoon water is dat van het stromende water van BanyuMili. Het levensvocht voor de volgende Javaanse generaties.

Halverwege 2000 ben ik voorzichtig begonnen met het opzetten van een website. De kennis van internet die ik in die tijd had, was zeggen en schrijven nul komma nul. Zielig kniezend achter een oude MS-DOS machine verlangde ik hevig naar het nieuwste besturingssysteem dat zowat iedereen al in huis had, namelijk Windows. Dit blijkt later het venster naar andere onbekende wereldsferen te zijn.

Met veel geluk haalde ik mijn verlangen in huis en vergaapte ik dagelijks tot de kleine uurtjes aan mijn nieuwe aanwinst. En nu nog de kennis van internet en al dat soort dingen in huis halen. Het water stroomde, echter, nog te langzaam. Een andere stroom van nieuwe kennis en kunde stroomde hevig en was zeer nuttig voor het eenmanssterke en eenzame pionierswerk dat nu z'n weerga niet kent.

Anno 2005 mag ik trots zijn op mijn kindje dat BanyuMili heet. Bijzonder beeldschoon mag ik wel zeggen als ik het vergelijk met de situatie aan de bron van het stromende water.

Eerlijk en helder zijn de mottowoorden voor de komende jaren waarin BanyuMili werkt aan de overdracht. De inhoudsonderwerpen van BanyuMili vormen namelijk de basis voor het boek 'De Overdracht' dat in 2010 zou moeten kunnen verschijnen in het kader van de dan 120 jaar Herdenking en Viering Javaanse Immigratie. Een naslagwerk over de geschiedenis, de taal en cultuur van de Javaanse Surinamers... eerlijk en helder.

Bijzonder beeldschoon is mijn dank aan allen die mij en mijn kindje eerlijk en helder een warm hart toedragen.

De aarde draait, de tijd verstrijkt... wanneer vliegt de tijd?

Nu het einde van het jaar nadert, denken wij terug naar het moment waarop het jaar is begonnen. Dat is dit jaar bijna een jaar geleden. En straks als het nieuwe jaar weer begint, begint ook de nieuwe tijd. Dat denken wij, denk ik.

Zonder dat wij het bewust meemaken, draaien wij ook dagelijks mee met de gang van de aarde. Als een draaiend deel van een draaiend geheel. Ook als wij slapen, als wij onszelf niet verplaatsen, draaien wij mee. Velen draaien ook bewust en onbewust mee... in andere tijden met alle windrichtingen. Als anderen vliegen, vliegen zij mee. Ook de tijd vliegt dan mee.

Soms vliegt de tijd niet, het verstrijkt als een draaiend deel van een draaiend geheel. De tijd vliegt niet alleen, de tijd draait. Eindeloos naar andere tijden. De tijd die niet stil staat. 

Voor miljoenen mensen over de hele wereld staat de tijd wel stil. Voor hen draait de aarde dan ook niet. Wel als een draaiend deel van een draaiend geheel. Miljoenen mensen over de hele wereld draaien onbewust niet mee als een draaiend deel van een draaiend geheel. Voor hen vliegt de tijd niet... voor hen vervliegt de tijd... of er is geen tijd.

Als er geen tijd is er ook geen moment. Een moment is een leven. Een heel leven is een aaneenschakelingen van momenten. Net als een lijn die een aaneenschakeling is van puntjes. Hoe groter de puntjes, hoe groter de lijn. Hoe meer puntjes, hoe langer de lijn.

Lijnen kunnen onderbroken worden. Bekend als stippellijnen. Lijn is tijd. Doordenkend zijn er dus stippeltijden en stippelmomenten. Een moment is een leven. Dus velen hebben een stippelleven met stippeltijden en vliegende stippen.

Vliegen is een aaneenschakelingen van bewegingen. En zonder aaneenschakelingen van bewegingen is er geen tijd. De tijd, dat de tijd niet vliegt, vervliegt de tijd. De tijd verstrijkt als de aarde draait. Als een draaiend deel van een draaiend geheel. Niets draait als de tijd niet draait. Wanneer vliegt de tijd?

Eindeloze eindejaarsdagen en...
een bijzonder beeldschoon 2005 toegewenst!

Het begrijpen begrepen... onbegrijpelijk begrijpelijk

Nu de winterkou in ons lichaam zo nu en dan rillingen teweegbrengt, kunnen we ons afvragen hoe dat eigenlijk tot stand is gekomen. Het lichaam ervaart buiten lichaamse activiteiten die het niet kan thuisbrengen en neemt drastische maatregelen: het ondergaan van de winterkou brengt zo nu en dan rillingen tot stand. Het lichaam communiceert met ons eigen ik en wij begrijpen het automatisch.

In de dagelijkse communicatie worden uitspraken of wat er is gezegd soms of vaak niet begrepen. Allereerst moeten wij bij onszelf te rade gaan of wij het woord begrijpen wel degelijk begrijpen. Als wij het woord begrijpen niet begrijpen, kunnen wij ook de betekenissen van andere dingen niet begrijpen. Ook al begrijpen wij het woord begrijpen, toch worden andere dingen die gezegd worden soms of vaak niet begrepen.

Stel dat wij het woord begrijpen wel degelijk begrijpen, begrijpen wij dan de volgende denkbeeldige situatie?

Een groep individuen zit in een woonkamer. Zij babbelen gezellig over dingen van vroeger. Een kopje koffie erbij of een lekkere loempia met hete sambel. Plots zegt er één: "Ik heb het koud?" Wel nu... betekent het, dat dat individu het echt koud heeft? Of betekent het, dat het in de woonkamer echt koud is en alle individuen het koud hebben? Of betekent het, dat één individu op moet staan en de verwarming hoger zet. Of betekent het, dat dat individu in deze winterse sferen zomerse kleren aan heeft?

Zulke uitspraken kunnen dus op verschillende manieren geïnterpreteerd en begrepen worden. Het weten van de betekenis ervan op verschillende manieren. Moeilijker gezegd: iedere uitspraak heeft een semantische betekenis. Om elkaar beter te begrijpen, moeten wij allereerst het woord begrijpen begrijpen en dingen vooral duidelijk overbrengen om begrepen te worden.

Het begrijpen moet dus begrepen worden, anders blijft het een onbegrijpelijk begrip en kunnen andere dingen moeilijk begrepen worden. Begrepen? Wel of niet? Onbegrijpelijk begrijpelijk...!

De kracht van het saamhorigheidsgevoel... de verbeelding verbeeldt

Het saamhorigheidsgevoel is het gevoel met elkaar verbonden te zijn. 'Zoveel hoofden, zoveel zinnen' klinkt het spreekwoord. En in het verlengde: 'Zoveel hoofden, zoveel gevoelens'. En verder: 'Zoveel gevoelens, zoveel krachten'.

Mensen, dieren en planten zijn universele gemeenschappen. In het plantenrijk zijn er verscheidene families. In het dierenrijk zijn er bijvoorbeeld de zoogdieren. In het 'mensenrijk' zijn er rassen en volkeren.

In een klein dorp komen de leden van de gemeenschap elkaar dagelijks tegen. Zij praten met elkaar, zij delen lief en leed met elkaar. Waarschijnlijk kennen zij ook de gevoelens van elkaar. Gemeenschappelijke gevoelens kunnen tot saamhorigheidsgevoel leiden. Gevoelens zijn persoonsgebonden. Gevoel heeft bepaalde kracht. Niet alle gevoelens worden geuit, wat inhoudt dat de krachten niet volledig naar buiten worden gebracht en dienstbaar te maken tot algemeen nut.

Individuen tonen over het algemeen hun saamhorigheidsgevoel zonder de volledige kracht in te zetten. Beweerd wordt dat die kracht wel wordt ingezet. Dat is slechts een verbeelding. In de meest ongunstige scenario is slechts die verbeelding verbeeld. Het denkbeeldig uiten van het vormen van het beeld van het saamhorigheidsgevoel. Deze individuen lopen fysiek mee in de stroom van het saamhorigheidsgevoel. Echter, de individuele kracht die variabel is, wordt niet ingezet. Gemeenschapsgenoten leveren extra krachten in om het saamhorigheidsgevoel volledig te maken.

Uiteindelijk is er de overwinning. De kracht van het saamhorigheidgevoel wordt volledig benut... het verbeelden van de verbeelding wordt niet meer verbeeld. Hopelijk...!

Met woorden rijk worden... geldelijk of woordelijk, maar tegelijkertijd ook beide. En hoe zit het met steekwoorden?

Geld maakt niet gelukkig, zegt men. Maar het is wel handig, dat zegt men ook. Persoonlijk wil ik wel veel geld bezitten. Daarmee kan ik mij veroorloven om dingen te kopen die mij rijk kunnen maken. Niet financieel rijk. Maar anders rijk. Nu mijn digitale camera het heeft begeven en mijn bescheiden rijkelijkheid ruw ontnomen wordt, wil ik financieel rijk zijn. Om een nieuwe digitale camera te kunnen kopen en anders rijk te kunnen zijn.

Gelukkig bezit ik veel woorden. Daarmee kan ik ook financieel rijk worden. Kijk maar naar journalisten die met woorden rijk worden. Of auteurs... van boeken, toneelstukken, muziekstukken. Maar ik behoor klaarblijkelijk niet tot deze groep. En zelf wil ik alleen met woorden anders rijk worden. Rijk aan rijkelijke woorden. Ik wil een Rijk Der Woorden stichten. Met veel woordelijke onderdanen. Daar kan ik nog rijker van worden. Ik ben anders goed op weg, mag ik wel zeggen en schrijven. Dankzij mijn woordenrijk in mijn Rijk Der Woorden.

Een portemonnee met geld raakt op. Maar een portemonnee met woorden raakt nooit op, denk ik. Het wordt alleen maar voller. Want woorden kan men zoeken. Als die niet te vinden zijn, kan men woorden creëren met woorden. Maar daar moet men wel rijk voor zijn. Anders rijk. Men kan ook met de 26 letters uit het alfabet woorden maken. Op elk moment van de dag. Met woorden kunnen woorden bij elkaar geteld worden. En rijk worden. Woorden op zich kunnen al rijk zijn. Kijk maar naar het woord 'rijk'. Dit woord is bijzonder rijk. Rijk aan bijzonderheden en flexibele aanpassingsmogelijkheden. Want het past zich aan bij rijke en minder rijke mensen.

Ook in dromen komen woorden voor. In een woord van dromen kunnen ook bepaalde woorden manifesteren. Een manifestatie van dromende woorden. En in een droomwereld leven ook woorden. Woorden der dromen in een woord van dromen. Dat is de droom van de wereld.

Met woorden kan men dus tegelijkertijd geldelijk en woordelijk rijk worden. Maar mijn woorden willen spreekwoordelijk alleen woorden zijn en blijven en ze zijn ook blijven steken in mijn Rijk Der Woorden. Of moet ik soms steekwoorden gebruiken?

Opwaartse gang van een regendruppel langs een schone kristalheldere ruit...

Nu de herfstregens losbarsten, gebeuren er onverwacht 'onverwachte dingen'. Mijn werkruimte biedt een fraai ver uitzicht, waarop gedachten moeiteloos erop geprojecteerd kunnen worden. Dit luxe voorrecht biedt ruim de mogelijkheid om - als de automatische gedachten het laten afweten - overgegaan kan worden tot handgeschakelde gedachten ontwikkeling. Daar waar woorden tekortschieten is er de ruimte om woorden te creëren. Op momenten waarin het interne geheugen niet benaderbaar is, biedt het verre uitzicht de prikkeling om gedachten te ontwikkelen. Wat een luxe, wat een werkruimte, wat een ver uitzicht.

Tussen al die duizenden regendruppels die de afgelopen dagen zich langs mijn schone kristalheldere ruit laten glijden, ontwikkelt een bijzondere manifestatie. Met het blote oog niet waarneembaar. Ook niet met behulp van dubbelfocus glazen of een infrarode nachtkijker. Zelfs radardiensten of ultra sonar patrouilles kunnen deze bijzondere manifestatie niet detecteren. Helaas voor al die nieuwsgierigen met de nieuwste technieken. Zij moeten het stellen met mijn woorden die geen woorden bevatten.

Wat is er dan wel gebeurd? De vraag die nu door iedereen nieuwsgierig en tegelijkertijd angstig wordt gesteld. Wel... Tussen al die duizenden grote, kleine, beeldschone, oerlelijke, afgrijselijke en grijze regendruppels die de afgelopen dagen zich langs mijn schone kristalheldere ruit laten glijden, beweegt één enkele regendruppel in opwaartse richting. Alle graviteit theorieën ten spijt. Het is niet groot, niet klein, niet beeldschoon, niet oerlelijk, niet afgrijselijk en ook niet grijs.

Moeiteloos en sierlijk baant het zich een weg langs de ruit glijdend in opwaartse richting tussen al die duizenden regendruppels. Zigzaggend en af en toe stoppend, over een ruitdrempeltje lichthobbelend en verder lichtflitsend richting bovenzee. Want daar komen de regendruppels toch vandaan?

Beste bezoekers, het is een bijzonder en onverklaarbaar verschijnsel. Ik dacht toen: "Is dit de opwaartse gang van een regendruppel langs een schone kristalheldere ruit, waar ik zojuist van gedroomd heb?"

Valse aanzet tot prikbare dromenloze inzet... en de aardige aardbol draait almaar rond

In de spiegel van onze gedachten prikkelt een flitslicht onze rusteloze hersenen. Voor enkelingen het moment een lijn uit te stippelen tot een geregisseerd gedachtenstroom met in het vooruitzicht een succesvol resultaat. Voor velen een prikkeling tot een quasi authentieke actie of anderszins ongecontroleerde territoriale expansiedrift die uitmondt in een prikbare luchtballon. 

Wij verplaatsen ons naar een winterlandschap niet ver van de bewoonde wereld. In de verte ontstijgt een rood gevaarte de witte deken. Naarmate de tijd verstrijkt, ontwikkelt het rode gevaarte tot iets bloemigs, iets moois, iets kleurigs. Een lust om ernaar te kijken. Een bedwelmde toeschouwer raakt erdoor gefascineerd en in de kilte van het moment besluit hij iets warms te creëren. Wat dat precies inhoudt is nog niet geheel sneeuwwit. Maar het moet wel niet alleen iets reikend zijn, maar ook rijk. Een reikend rijk met reikhalzende onderdanen.

Het rijk begint inderdaad te bloeien als wildgroei. Grenzen worden bepaald tot een onbepaaldheid. Gebieden worden gekleurd zonder kleurrijkheid. Maar de initiatiefnemende toeschouwer weet niet van ophouden. En hij houdt zijn hand ook niet op. Voor adviezen van zijn adviseurs. Of externe specialisten uit andere bloeiende rijken. De toeschouwer die inmiddels denkt koning te zijn van zijn nieuwe rijk, denkt ook na over denkbare rijke situaties. Zijn onrijke reikhalzende onderdanen blijven hem nog trouw. Maar voor hoelang.

Dat rode gevaarte dat tot iets moois is geworden, wordt almaar mooier en mooier. Het groeit en bloeit tot genoegen van andere toeschouwers. De ene toeschouwer met zijn nieuwe rijk en zijn onrijke reikhalzende onderdanen wil niet onderdoen. Niet voor zijn onderdanen en ook niet voor het rode gevaarte. Zijn inzet vol dromen zet hem aan tot aanzetbare daden. 

Een ander derde rijk vol toeschouwers ziet het allemaal gebeuren. Zij komen echter niet tot enigerlei actie. Zij zijn daartoe niet wild aangezet. Want zij weten dat hun inzet niet met dromen is bezet. Zij verzetten mooiere andersoortig werk en verzetten zich tegen elke valse aanzet tot prikbare dromenloze inzet... en de aardige aardbol draait almaar rond.

Transparante barrière en...
de vlieg die door de ruit probeert te vluchten
 

In elk huis hangen gordijnen of iets van dat bedienbare scherm. In de winter om de kou tegen te houden. Tenminste, als ze dichtgetrokken worden. In de zomer wordt het overvloedige licht en de lekkere veelsoortige warme stralen van het universum buiten gehouden. In een huis zonder gordijnen of iets van dat bedienbare scherm reikt het zicht door de ruit naar verre horizonnen. Toch kan transparantie in een specifieke scène een dichte muur vormen waar niets of niemand er door heen kan.

Ik denk nog aan die ene zondagmiddag. Het is hartje zomer. Enkele tropische beesten houden huis in vele huizen. Ook in het onze. Lastige beesten die verdreven moeten worden. Gelukkig staat vaak de balkondeur open en kunnen ze zonder enige moeite of belemmering de vrijheid tegemoet vliegen. Met of zonder geweld. Bij een vrije keuze is het soms wat moeilijk als de deur niet open staat. Dan probeert een vlieg dwars door de ruit te vluchten.

Transparant, dat is toch helder. Geen belemmering. Voor niemand, ook niet voor de vlieg. En... knal! Daar gaat die vlieg weer. Ruiten hoeven niet per definitie transparant te zijn. Kijk maar naar sommige gebouwen. Ja, soms zijn zij eenzijdig transparant. Erdoor heen naar buiten kijken is wel mogelijk. Passanten worden, echter, niet gegund een blikje naar binnen te werpen.

In de meeste woonhuizen is die transparantie dubbelzijdig. En toch is het voor de vlieg een onneembare barrière. Voor de menselijke soort is het ook raadzaam om zichzelf niet door die transparantie heen te jagen.

In de communicatie wordt vaak getracht transparant te zijn. En toch is die transparantie voor de deelnemers soms een dichte mist. Verkeersdeelnemers die in een dichte mist zitten, kunnen niet visueel met elkaar communiceren. Transparantie in de communicatie leidt tot efficiency. Zo wordt gedacht. Maar het tegendeel is vaak de pure waarheid. 

Jammer voor die vlieg die op een zondagmiddag door de ruit probeert te vluchten. Misschien moet dat beestje maar een andere dag uitzoeken. Hopelijk is die transparantie nog transparanter... en hopelijk is de barrière niet evenredig groter geworden.

Een geurige glimlach om een paar priemend pruttelende spruitjes... 

Soeparto houdt op gezette tijden van stamppot rauwe andijvie met zo'n lekkere grote bal in het midden. Eerst gezellig een kuiltje graven en vervolgens irrigeren met zo'n bruine vloeistof. Gemaakt van ondefinieerbare mengsel die volop in supermarkten te koop is. Met volle schepjes gaan ze naar het met smaakpapillen geoutilleerde kauwfabriek. 

Maar niets gaat bij Soeparto boven rijst met geblancheerde bitawiri (bitterblad). Nonchalant gedrapeerd boven op het witte lekkers. Speciaal geprepareerde sambel ernaast met knapperig gebakken zoute vis erbij. Er komt in zijn geval geen lepel aan te pas. Met zijn soepele vingers van zijn rechterhand dirigeert hij de lekkerste combinatie naar de steeds naar brandstof snakkende kauwfabriek. Liefst in een tropische hurkhouding, die zo typerend is voor de Javaan van de desa van weleer. Toch woont Soeparto al 36 jaar in een dichtbevolkt migratieland. Hij wil zijn eigen ikzijn handhaven zonder interfererende onderstromingen van buitenaf.

Het is vrijdagmiddag. Het weekend staat voor de deur. Sjonnie, de buurman van Soeparto, stapt net uit de metro. Hij woont samen met zijn vrouw naast Soeparto in een leuke galerijwoning. Sjonnie is moe en met zijn hoofd naar beneden hangend is hij onderweg naar huis, naar zijn Mina. Sjonnie - zijn mooie oorspronkelijke Javaanse naam is eigenlijk Yana - heeft een zware dag achter de rug. Hij werkt in de bouw. Yana, sorry Sjonnie, is lid van de Javaanse gemeenschap en wel van de op één na de jongste generatie. Mina noemt tegenwoordig zichzelf Mieneke. Een kwestie van aanpassen en integreren. Dat vindt zij.

Als Soeparto zijn balkondeur open doet, snuift hij niet alleen de frisse lucht van de in aantocht zijnde herfst. Als een perfect rechercherend reukorgaan stribbelt zijn neus, door welke een soort buitenaardse mengsel probeert binnen te dringen. De twee gaten beginnen te krullen. Soeparto raadpleegt zijn gevoelige reukmaatje en ontdekt een 'oost-west' combinatie. Het 'west' domineert. Het 'oost' verbergt zich op een schamende wijze op de achtergrond, maar is wel duidelijk ruikbaar aanwezig.

Als de geur van pruttelende spruitjes priemend is doorgedrongen tot de achterkamer, schudt hij zijn hoofd. Een andere mengsel die hem ook tegemoet komt, verraadt alles. En Soeparto's geurige glimlach ontspruit...

De ware wereld lijdt onder dronkenschap zonder een druppeltje drank...

Uitgaan in het weekend is voor veel jongeren een must. Het hoort bij hun way of life. Meestal vormen zij groepjes. Minimaal twee leden. Eerst wat eten en later op de avond gaat het feestje beginnen. In de kleine uren gaan zij pas naar huis. Met kleine ogen, want vermoeidheid en slaap kunnen hard toeslaan. Als ook spirituele dranken meespelen wordt het vaak een linke boel. Dronken kinderen achter het stuur is voor vele ouders een nachtmerrie. 'Met mate'... dat is het toverwoord.

Ook zonder spirituele dranken is het leven soms een nachtmerrie. Dronken van de liefde voor een beeldschone vrouw. Dat voelt heel licht aan. Zweven in ruimtes is het gevolg. Alleen of in gezelschap. In gezelschap is vooral de eenzaamheid troef. Alles vergetend en en lichtjes manoeuvrerend tussen mensen en dingen. Ook als er geen lichtjes zijn. Zelfs als de aarde donker is, lijken de mensen vrolijker en dingen veel mooier dan ze in werkelijkheid zijn. 

Dronken van liefde voor een beeldschone vrouw in figuurlijke zin, is veel heftiger. Verbeeldingen nemen hand over hand toe. Net als een aanwakkerende storm. Ook alles vergetend, zelfs jezelf. Het kan gevaarlijke vormen aannemen. Gedachten in gedachten vermenigvuldigen zich. De ware wereld wordt verkleind, terwijl de gedachten steeds een grotere wereld creëren. Er komt hier beslist geen druppeltje spirituele drank aan te pas. En toch komt er een tikkeltje spiritualiteit om de hoek kijken. In ieder geval komen heel veel spirits de gedachtenwereld bevolken. En de eigen ware wereld raakt in verval. Het lijkt op ongecontroleerde expansiedrift. Vergroting van het territoor der gedachten. Territoor vol spirits, maar zonder spirituele dranken.

Dit alles leidt naar een toestand van dronkenschap zonder een druppeltje drank... en de ware wereld lijdt eronder.

Dwarrelende gedachten in opwinding...

Vanuit mijn werkkamer zie ik deze dagen dagelijks geelbruine bladeren naar beneden dwarrelen. Vele meegesleurd door de wind die ik ook voel als mijn balkondeur toevallig openstaat. Maar ook als de balkon deur dicht staat. Vele bladeren ploffen neer op de harde grond.
In de turbulente luchtstroom zoeken sommige pientere bladeren al voor een perfecte landingsplaats en strijken dan gecontroleerd neer alsof zij gedirigeerd worden door een luchtverkeersleider.  Kinderen die langs de boom lopen, worden vaak verrast door een sierlijke vlucht van een blad dat duidelijk met de zachte wind meelift. Dit blad heeft wel pech, want met een kinderhandzachte zwaai, krijgt de vlucht van het blad een andere wending.

Tegelijkertijd bij het aanschouwen van dit perfect door de natuur geregisseerde massavluchten dwarrelen in mijn gedachten vluchten van dromen. Sommige in dezelfde extase als de zwevende bladeren van de boom die op het plein staat. Ik kijk vanuit mijn werkkamer op een plein dat op zomerse dagen bevolkt wordt door zonnebadende stadsgenoten. Ook in die setting dwarrelen mijn gedachten in opwinding. Maar niet zo hevig geteisterd door de wind als de bladeren aan de vooravond van de herfst. Het belooft wat, want de herfst is nog niet eens aangebroken.

Ik vraag mij dan af: "Zijn mijn dwarrelende gedachten net zo herfstig gekleurd als de dwarrelende bladeren van de boom op het plein?" In dat geval lijkt het mij niet gunstig voor mijn eveneens dwarrelende gedachten. Als ik het mocht kiezen, kies ik dan dwarrelende gedachten in opwinding tijdens zomerse dagen. Zomerse dagen zijn kleurrijk.

Wat ik met zekerheid weet is dat ik van opwinding mijn gedachten gaan dwarrelen.
In opwinding situatie gebeurt dat zelden. Van opwinding naar in opwinding is een geestelijke reis die niet zomaar geboekt kan worden.

Wapperende vlaggen en flapperende vlaggen... 

Vlaggen fungeren als communicatiedragers voor bedrijven als onderdeel van de zogenaamde corporate identity. Een vlag vertegenwoordigt ook een land. Al deze vlaggen geven altijd een positief beeld van een bedrijf of land. Het formaat, de kleuren en eventuele afbeelddingen. De vlag is op z'n mooist als hij in de wind wappert in top. Vlag in halfstok betekent droevigheid. Slagen met vlag en wimpel is een mooi streven en siert de mens.

Maar er zijn ook andere vlaggen. Vlaggen die niet in de wind wapperen, ze flapperen. Ook al is er geen wind. Soms krijgen ze wel de wind van voren. Flapperende vlaggen schreeuwen meestal, om aandacht.
En menselijk gezien denken flapperende vlaggen dat zij ook net zo sierlijk zijn als de in de wind wapperende vlaggen. Hou ze uit elkaar: in de wind wapperende vlaggen en flapperende vlaggen. Wapperende vlaggen zijn kleurrijk en sierlijk. Flapperende vlaggen zijn kleurloos en ontsieren het beeld van de in de wind wapperende vlaggen en hun mooie omgeving.
Flapperende vlaggen duiken overal op, op onverwachte momenten en op verschillende locaties. Verjaardagsfeesten. Hoeken van straten. Pleinen. Tegenwoordig ook op internet. Digitale flapperende vlaggen dus. En digitaal vervaarlijk en gevaarlijk in grenzenloze gevarenzone.

Flapperende vlaggen. Voor het gemak noem ik ze kortweg flapvlag. Een ontmoeting met een flapvlag ontketent vrijwel altijd een eruptieve confrontatie. De intenties zijn fysiek waarneembaar. Anticiperen is op dat moment het toverwoord. Anders is een weerwoord niet direct voorhanden. 

Digitale flapvlaggen ontketent nog hevigere eruptieve confrontaties. Maar dan zijn de grenzen verlegd tot onzichtbare einden, fysiek niet waarneembaar. Een digitale flapvlag is tot alles in staat. Ja, werkelijk onvoorstelbaar. Iedereen is dus dubbel gewaarschuwd wanneer de computer in de woonkamer in open verbinding staat met de digitale wereld. Want digitale flapvlaggen beheersen de digitale wereld en van daaruit de werkelijke wereld. Is dit nog te volgen?

Het klinkt misschien vies in de oren, maar het verschil is te illustreren met een appelflap en een flapdrol. Een appelflap is lekker en een flapdrol is niet uit te staan. Een in de wind wapperende vlag siert en een flapperende vlag ontsiert.

Toch kunnen in de wind wapperende vlaggen best aardig communiceren met flapperende vlaggen. Het meest geschikte moment is dat ze in de dezelfde wind moeten staan. Dan gaan de in de wind wapperende vlaggen en de flapperende vlaggen lekker samen voor de wind gaan. Dat is anders dan de wind van voren die sommige flapperende vlaggen moeten incasseren.

Waarschuwing: ga lekker uit de wind wanneer de in de wind wapperende vlaggen en flapperende vlaggen samen voor de wind staan. En uiteindelijk wordt het windstil.

Dankzij de stille kracht van stromend water...

Haast geruisloos sluipt het beekje dwars door een Javaans dorp. Van het noorden naar het zuiden. Het verdeelt de bewoners in twee kampen. De oostelijke kamp en de westelijke kamp. Het beekje doet niet mee aan de getijden van de grote rivieren die in open verbinding staan met de grote oceanen. Alleen als het hard heeft geregend, stijgt het watervolume van het beekje. Maar de felle tropenzon brengt het beekje het oorspronkelijke watervolume weer terug. En als de uitwateringssluis open staat, reist het water van het beekje mee via de grote rivieren naar de grote oceanen om dan later weer terug te keren. Naar huis, naar het Javaanse dorp met medeneming van ervaringen uit de wijde wereldzeeën.

Als op een vroege morgen een bewoner - wij noemen hem voor het gemak Pak Tani - van de oostelijke kamp naar de westelijke kamp wil, komt er plots een brug uit de diepste diepte van het beekje boven water. "Het is een wonder, het is een wonder," roept Pak Tani van opwinding. Want zoiets heeft hij nog niet eerder meegemaakt. Hij staat wel vaker bij het beekje om een manier te bedenken hoe hij naar de overkant kan, zonder de bewoners van de westelijke kamp in het harnas te jagen.

Zoals de felle tropenzon het overtollige regenwater geruisloos laat verdampen. Zo ook geruisloos is het probleem van Pak Tani opgelost. Door zijn uitbundig geschreeuw van opwinding stromen de bewoners van de westelijke kamp zo snel als hun benen hen kunnen dragen naar het beekje. Ondertussen zijn de bewoners van de oostelijke kamp bij het beekje gearriveerd en een sembah-houding aangenomen die vervolgens door de bewoners van de westelijke kamp onmiddellijk wordt nagevolgd. Dit is een wonder boven wonder. Wat wonderbaarlijk en tegelijkertijd ook bewonderenswaardig!

Kinderen van beide kampen omhelzen elkaar op de brug der bruggen en dansen alsof hun leven ervan af hangen. Wat een wonder. De kinderen hoeven niet meer te vrezen voor hun toekomst. De ouderen hebben ervoor gezorgd dat zij in vrede met elkaar kunnen leven. Er zullen geen oostelijke kamp en westelijke kamp meer zijn. Daar zorgt de brug der bruggen wel voor. 

Dankzij de stille kracht van stromend water...

Sembah: eerbiedsbetuiging door samengelegde gestrekte handen voor het gezicht te houden.
Pak Tani: boer, landbouwer.

De vierkante wielen willen maar nog steeds niet rond worden...

In 2008 worden de Olympische Spelen in Beijing (China) gehouden. Op de Olympische vlag zijn vijf ringen afgebeeld. Verstrengeld aan elkaar. De vijf ringen - blauw, zwart, rood, geel en groen - vormen het symbool voor eenheid en de sportieve samenkomst tussen alle continenten. De gedachte dat de vijf ringen de vijf continenten symboliseren is een verkeerde gedachte. Pierre de Coubertin heeft de vlag ontworpen en in 1914 werd het nieuwe symbool gepresenteerd.
De Olympische gedachte luidt:
Het belangrijkst bij de Olympische Spelen is niet het winnen, maar het meedoen. Meedoen is dus belangrijker dan winnen.

Ergens op aarde in een olympisch dorp woont het Volk Der Vierkante Wielen. Het is een migrantenvolk. De Vierkante Wielen komen uit andere verre streken. En nu wonen ze samen bij elkaar. Rondom het dorp van het Volk Der Vierkante Wielen zijn er vele talrijke dorpen. Deze dorpen worden bewoond door het Volk Der Ronde Wielen. Soepel draaien ze van hot naar her. Van achter naar voren en van voren naar achter. De Ronde Wielen - zo heten ze in de volksmond - zijn rond.

Op een dag gaan enkele leden van het Volk Der Vierkante Wielen er op uit om de wereld van hun omgeving te verkennen. En het onvermijdelijke is gebeurd. De Vierkante Wielen komen oog in oog met de Ronde Wielen. Tot grote verbazing van de Ronde Wielen hebben de Vierkante Wielen ronde ogen. Hun eerste gedachte was dat Vierkante Wielen ook vierkante ogen hebben.

Enige tijd later raken de Vierkante Wielen enigszins bevriend met de Ronde Wielen en willen op den duur ook graag rond van vorm zijn. De Ronde Wielen willen de trucjes wel prijs geven aan de Vierkante Wielen. Trucjes om rond te kunnen zijn, zodat de Vierkante Wielen ook makkelijker door het leven kunnen gaan. Maar onderweg naar huis komen de Vierkante Wielen op andere gedachten. Zelf dingen bedenken om rond te kunnen zijn. Op eigen kracht winnen is hun motto.

De Vierkante Wielen vermijden intussen alle confrontaties met de Ronde Wielen en willen op eigen wijze een manier bedenken om rond te zijn. En de Ronde Wielen rollen verder rond en inmiddels hebben andere Ronde Wielen zich bij hen aangesloten.

Eeuwen later zijn de leden van het Volk Der Vierkante Wielen nog steeds niet rond. En de olympische gedachte om samen te spelen en niet te winnen blijft slechts bij de gedachte en...

...weer eeuwen later willen de vierkante wielen maar nog steeds niet rond worden.

Als de maan niet meer lacht...

In vele liederen wordt de maan bezongen. In vele liederen is de maan een tussenpersoon in de liefde tussen man en vrouw. En bijna in alle gevallen lacht de maan.
"De maan die lacht... de zon die lacht... ze zien ons samen..." Zomaar een tekst uit een Hollands liedje van weleer.
" Let me tell you about the birds in the sky and a girl and a guy and the moon up above... and a thing called love." Zomaar een tekst uit een popliedje.

Een man, een vrouw, liefde en de maan. Ingrediënten om er een succesvolle smartlap mee te behalen of er een verhaal met een dramatische afloop mee neer te pennen. Soms is de vrouw niet geheel in beeld, maar speelt wel een belangrijke rol op de achtergrond. De liefde voert de boventoon. Is de liefde bloeiende dan lacht de maan. Is de liefde aan het afbrokkelen dan lacht de maan ook.

In de kosmos ontvangt de maan licht en warmte van de zon. Afhankelijk van de standen van sterren en planeten is de maan en vele schijngestalten te zien. Wij kennen allemaal het eerste, tweede, derde en het laatste kwartier. In beschrijvingen van de liefde lacht de maan altijd. Ook in alle tussenliggende schijngestalten. In schijngestalten lacht de maan. Heel knap van haar, ook al is zij afhankelijk van andere kosmosgenoten.

De kosmos is groot en grootschalig. Machtig en magistraal. Zo ook de liefde. Niet alleen de liefde tussen twee geliefden. De liefde tussen mensen onderling of tussen een mens en een ding of tussen mensen en dingen kan groot, grootschalig, machtig en magistraal zijn. En is dat eindeloos zoals de kosmos? Wie weet! Laten wij het hopen, want niets is mooier dan de liefde tussen mens en mens. Tussen man en vrouw. Ook de liefde tussen mens en ding kan uitgroeien tot iets moois. En de maan die zal altijd en in vele liefdesgevallen bezongen worden. En de maan... die zal altijd blijven lachen.

Maar toch...één keer zal de maan ook verdrietig zijn, omdat de mensen haar niet meer bezingen. En als de maan licht en warmte van de zon moeten ontberen. En als er geen liefde meer is tussen man en vrouw en de mensen onderling of tussen mensen en dingen... en dan lacht de maan ook niet meer.

Waarom op zoek naar de eigen Javaanse roots, identiteit... "Ik ben toch in Nederland geboren?"

Hoeveel keren in een mensenleven worden de volgende vragen wel niet gesteld?
- "Wanneer bent u geboren?"
- "Wat is uw geboorteplaats?"
- "Waar (in welk land) bent u geboren?"
Slechts drie simpele vragen, maar ze vertellen al heel veel over een persoon: de persoonlijke geschiedenis.

De geschiedenis van een individu begint bij de geboorte.
De geschiedenis van een Javaan begint bij de geboorte op Java.
De geschiedenis van Suriname en Nederland begon in 1667 met de verovering van Suriname door Abraham Crijnssen.
De geschiedenis van de Javaanse Surinamers begon op 9 augustus 1890 als de eerste Javaanse contractarbeiders in Suriname arriveerden.

Elk individu heeft een persoonlijke identiteit. Gelijkgestemde individuen vormen een bepaalde groep. Met een eigen groepsidentiteit en identiteitskenmerken.

Een individu van allochtone ouders heeft het recht om zijn of haar afkomst niet te willen kennen. Maar hun kinderen kunnen eventueel wel op zoek gaan naar hun afkomst. En dan is het wel de taak van de ouders om ze hun geschiedenis te vertellen. De overdracht komt nu om de hoek kijken.

Vroeg of laat gaat elk individu op zoek naar de eigen identiteit. Dit wordt sterker als de huidige omgeving waarin men leeft niet de oorspronkelijke is. Het land, de mensen, de ruimte. Kortom een ander soort gecreëerde nestwarmte dan de eigen thuiswarmte.

Begin nu vast met de zoektocht. Communiceren hoort daarbij en taal is het hulpmiddel. In de zoektocht naar de eigen Javaanse identiteit is Javaanse taal de basis van het succes.

BanyuMili geeft enigszins de richting aan van deze onafwendbare zoektocht naar de eigen Javaanse identiteit.

Makkelijker kunnen wij het niet maken...

Javaanse jongeren volgen massaal cursus Javaans...

De telefoons in het chique kantoor van BanyuMili - schitterend gehuisvest in een kantoorpand aan de Maas in Rotterdam - rinkelen onophoudelijk. Uit heel het land komen aanmeldingen binnen. Zelfs uit België en Duitsland. Daar wonen blijkbaar ook Javanen uit Suriname. De sfeer is onbeschrijflijk drukkend. In positieve zin. Medewerkers sorteren in ijltempo al het lesmateriaal dat zojuist van de drukker af komt. Schitterende boeken met sommige pagina's in fullcolour. Alles moet voor morgen op orde zijn. Want dan begint de cursus Javaans voor iedereen. 

Een beeldschone medewerkster die geen woord Javaans spreekt is zichtbaar opgelaten. Vanwaar al dit succes? Ze spreekt duidelijke lichaamstaal. Haar handen zwaaien coördinerend, vragend, beamend, blijdschap tonend. Een en al victorie.

De deurbel zoemt. "Wie is daar?", vraagt een Javaanse medewerkster van BanyuMili. "De bloemenservice" knalt door het hele kantoor. Een ander personeelslid heeft de huistelefoon op de versterker aangesloten. Even later verschijnt inderdaad de bloemenman met een karretje vol schitterende bloemen. Allemaal voor personeelsleden van BanyuMili. Voor Sue Ann, Annemieke, Manisem, Sandra, JanPeter, Poniman... voor iedereen.

Iets verderop in een ander ruimte is er een aanmeldingenmeter geïnstalleerd. Een soort thermometer. De wijzer schiet automatisch omhoog als er weer aanmeldingen binnenkomen. De score staat een dag voor de grote cursus begint al op 500 cursisten. De cursusleiders beginnen nerveus in het lesmateriaal door te bladeren. Ja, morgen is het de grote dag. De nieuw ontwikkelde cursus Javaans voor iedereen wordt landelijk gegeven. Via steunpunten. Dat heeft BanyuMili goed voor elkaar gekregen.

Uit de hele wereld stromen e-mails binnen. Met vragen of de cursus Javaans voor iedereen ook in het buitenland gebruikt kan worden. BanyuMili deinst niet terug voor dergelijke uitdagingen. Natuurlijk kan dat!

Alles kan bij BanyuMili! Alleen dit verhaal is een onmogelijke zaak. Het berust niet op waarheid van het heden. Het is een scenario uit een mogelijke werkelijkheid in september 2054.

De kunst van het zichtbaar maken van de eigen schaduw...

De omgeving bepaalt de manier waarop het individu leeft. Het individu past zich aan aan de omgeving. Niet altijd, soms is de omgeving onbereikbaar en bedreigend voor het individu. Onzekerheid heerst. Elk individu heeft bij de geboorte een eigen schaduw gekregen. In dat geval is het de kunst om de eigen schaduw zichtbaar te maken.

In een vreemde omgeving is het enige wat zekerheid biedt de eigen schaduw van het individu. De eigen schaduw die het individu meegekregen heeft bij de geboorte. 

De Javaanse schaduw is in vele opzichten een rijke schaduw. Sommige individuen weten hun meegekregen eigen schaduw constant zichtbaar te maken en te houden. Dat is een kunst op zich. Te bedenken dat veel individuen in een vreemde omgeving aanwezig zijn. De manifestaties van hun schaduw zijn een verrijking voor de omgeving. Tegelijkertijd verraden dergelijke manifestaties de afkomst van het individu. In het Javaanse geval een rijke afkomst.

In veel gevallen kan de eigen schaduw een zware ballast zijn voor het individu. Dan wordt de eigen schaduw in zulke gevallen onzichtbaar gehouden. Uit angst voor herkenning. Uit voorzorg voor de acceptatie door de omgeving. Miskenning door het individu kan heel fataal zijn. De omgeving is allesbepalend. Het anderszijn is niet gewoon. Terwijl anders zijn best gewoon kan zijn. Jammer voor de eigen schaduw. Dat is juist waar het alles om draait. Het individu zonder de eigen schaduw is incompleet. Beide zijn letterlijk en figuurlijk onlosmakelijk met elkaar verbonden.

Een Javaans evenement zonder de eigen schaduw is geen Javaans evenement. Het is tot evenement verworden met een vreemde schaduw. De impact is door de eigen omgeving niet acceptabel. In veel gevallen is alles wat vreemd is, niet in te schikken in het totale beeldvorming van het individu of een groep van individuen. Er is een nieuwe omgeving gecreëerd met vreemde elementen erin. 

Een nieuwe omgeving is vaak een drama voor de eigen schaduw. Het is een ware kunst om de eigen schaduw tot leven te brengen en in leven te houden. Ook in een vreemde omgeving... misschien juist in een vreemde omgeving!

Javaanse octopus in een wereldzee geboren...

In een dichtbevolkt Javaans dorp woont er een octopus. Hij is afkomstig van de grote oceaan. De grote wereld die niet voor iedereen toegankelijk is. Het is slechts bestemd voor een groep bewoners die in de loop der tijd aanpassingen hebben gekregen om in die wereld te kunnen verblijven. 

De octopus die in dat Javaans dorp woont, is zijn wereld ontvlucht. Eenmaal in dat dorp terecht gekomen ontpopt hij zich als de éénogige koning in het land der blinden. Zo'n individu is dan koning. Zo luidt het spreekwoord. Met zijn talrijke armen is de octopus actief in allerlei zaken die het dorp aangaan. De lurah - het hoofd van een Javaans dorp - raadpleegt de octopus bij voorspoed en rampspoed van het dorp.

Meerdere werelden van positieve genen zijn verenigd en belichaamd in die ene octopus. Hij zwaait lustig erop los met zijn armen. Elke arm heeft een aparte functie. Maar ook heel veel functies zijn ondergebracht in één arm. Door de vele verrichtingen raakt een bepaalde arm soms lam. Even uit de functie. Maar de dorpsbewoners van het dichtbevolkte dorp beginnen zich te roeren. Ze pikken de lammige verrichtingen van de octopus niet. De octopus op zijn beurt trekt zich terug. Maar de dorpsbewoners merken dat niet. Hij is overal en blijvend zichtbaar en hoorbaar voor alle dorpsbewoners. 

De octopus maakt geluiden die voor de dorpsbewoners aangenaam in de oren klinken. Soms is er een dissonantie. Een interferentie die minder plezierig is voor de octopus en voor de dorpsbewoners. Toch is en blijft hij het gezicht en het gehoor van het dorp. Door zijn consumptie van Javaanse innerlijke goederen is de octopus een echte Javaan geworden. Blijkbaar bevalt zijn nieuwe identiteit hem goed. Niemand kan om die octopus heen.

De octopus - in een wereldzee geboren - is Javaan...

De bloem die niet meer bloeit en... de passieloze wereld

Ver in de toekomst ontspruit uit de oerkiem van een bloem een nieuwe bloem. Een veelkleurige bloem. Een bloem die pas in de verre toekomst gaat bloeien. Een nieuwe bloem die de dan nieuw ontstane wereld verfraait. Een nieuwe wereld en nieuwe bloem. 

Het is een bijzondere bloem. In feite is die bloem niet nieuw. Het is een herontdekte bloem. De bloem die verbloemd was ten tijde van het heden. De bloem die de oude wereld verfraaide en ten tijde van het heden de mensheid omarmt. Maar de mensheid omarmt die bloem niet. De mensheid verloochent die bloem ten tijde van het heden. Dat komt door de omgeving met veel nieuwigheden. De veel nieuwigheden laten de bloem verwelken. 

O, arme mooie bloem. Wat heb jij de mensheid toch aangedaan, lieve mooie bloem? Eens zal de mensheid in de verre toekomst jou herontdekken en omarmen. De liefde voor jou mijn lieve bloem is ten tijde van het heden verdwenen. En tegelijkertijd met het verdwijnen van de liefde voor de bloem is de bloem ook verdwenen ten tijde van het heden. 

Er is geen één, misschien slechts een enkeling die liefde koestert voor jou, lieve mooie bloem. Eén enkeling uit de vele velen. Een jammerlijke gedachte. Waar is de passie gebleven. Daar waar het hart is, daar is ook de passie gebleven. Het komt niet naar buiten. Dat komt door de buitenwereld. De buitenwereld die de passie blokkeert. De passie die uit het hart moet komen is gevangen in de innerlijke cirkel van het individu. Het individu dat geblokkeerd is. 

Dag passie, dag individu, dag liefde, dag bloem. Eens in de verre toekomst ga je weer bloeien. Eens in de verre toekomst zal het individu jou weer herontdekken. Eens in de verre toekomst zal de passie van het individu de blokkade overwinnen. Eens zal jij, lieve mooie bloem, wederom in volle glorie bloeien. 

Eens zal je gepassioneerd het individu bewonderen, dat vol passie jou, mijn lieve mooie bloem waardeert en jou uitdraagt. Eens zal het individu ook wederom gepassioneerd een liefdesband met jou aangaan. 

Eens zal de bloem weer bloeien in een passievolle wereld.

Een drama met één letter... 

Auteurs gebruiken heel veel letters om een verhaal te schrijven. Pagina's vol. Ik doe dat ook. Maar ik kan ook een verhaal schrijven met slechts één letter. Een mirakel? Kunst? Niets van dat alles. Het is iets imaginairs...

Letters zijn wonderlijke dingen. Zij hebben niet alleen een bepaalde vorm, maar zij vertegenwoordigen ook bepaalde klanken die bij die bepaalde vormen horen. Eén en dezelfde letter kan evenveel klanken hebben als de zovele talen die de mensheid rijk is. Het Nederlandse woord 'letter' is in het Engels een compleet verhaal. Het Engelse letter betekent namelijk 'brief' in het Nederlands.

Met letters kunnen woorden gevormd worden. Woorden in een bepaalde volgorde vertellen een boodschap. Al die boodschappen bij elkaar vormen een verhaal. Letters kunnen ook lekker zijn. Aan het eind van het jaar liggen supermarkten vol met letters. Van chocola. Letters spreken boekdelen. Er zijn lelijke en beeldschone letters. Brrr... pssst... sjjj... zijn lettercombinaties die iets benadrukken, een roepfunctie bezitten of een waarschuwende toon uitzenden. In de taalkunde heten zij onomatopeeën: klanknabootsende woorden. Zij kunnen universeel van aard zijn. Door alle volkeren begrijpelijk zijn. 

Analfabeten zijn wonderlijke schepselen der natuur. Zij kunnen niet lezen of schrijven, maar kunnen wel klanken reproduceren die door het combineren van letters gevormd worden. Zij kennen dus ook alle letters van het alfabet in klanken, maar de vormen die daarbij horen kunnen zij niet creëren of herkennen. Als zij alleen met de trein reizen en ergens moeten overstappen is het voor hen een drama.

Hier komt mijn drama... Als ik 'b' zeg dan zie ik een vlieg die dwars door een ruit probeert te vluchten. Een drama met één letter!

Een schip vol tragiek...  

Heel lang geleden vertrok een schip van een ver land en voer naar een ander ver land. Met mooie schatten aan boord. Bij de haven stond niemand om hen af te zwaaien. Niemand aan de wal die een traantje wegpikte. Niemand besefte dat al dat moois aan boord elders tot bloei kon komen. En het kwam inderdaad tot bloei, maar het ontwikkelde zich niet verder. Alles bleef maar bij het oude. Ook vele jaren later. En niemand die een traantje wegpikte. Er waren geen tranen. En niemand die zich daar om bekommerde. Toen niet. Nu ook niet...

De bron is de bron niet meer. Het schip gaat nu roerloos ten onder. En niemand kijkt toe. Net als vroeger. En niemand maalt erom. Ach, wat kan eraan gedaan worden. Langs de zijlijn staan is het gemak zelve. Het veld is te druk. Daar waar het ware spel gespeeld wordt, is al dat moois niet zichtbaar. Er wordt door niemand gespeeld. Het spel wordt toch al door anderen gedaan. Wat doet het er toe...

Het schip uit dat verre land dat naar een ander ver land reisde, reisde verder, naar een ander ver land. Daar worden veel spellen gespeeld. Heel wat moois ging mee. Maar al dat moois zwijgt weer. Er wordt nog steeds niet meegespeeld in het spel der spellen. Werd het spel wel ooit meegespeeld? Langs de zijlijn staan is toch gerieflijker. En een traantje wegpikken hoeft ook niet. Geen geluk is er om het te vieren en geen verdriet is er om daar droevig over te zijn. Een comfortabele positie. Een positie, echter, vol ledigheid. En ledigheid is des duivels oorkussen...

Het schip dat van een ver land kwam en naar een ander ver land ging en vervolgens de reis vervolgde naar een nog een ander ver land heeft geen moois meer aan boord. Tragisch om te weten dat een schip vol met moois verworden is tot een schip vol tragiek.

Golvende cirkels en cirkelende golven...

Gooi een steen in het water en er ontstaan golvende cirkels. De cirkels golven door. Zij worden groter en groter. De golven zelf worden steeds kleiner. Cirkels en golven reizen hand in hand naar het oneindige. Onzichtbaar verdwijnen zij uit het zicht. Daar word ik verdrietig van. Zoiets moois dat niet wederkeert...

Men zegt vaak dat het leven geven en nemen is. Er wordt - zo luidt de ervaring - meer genomen dan gegeven. Op een gegeven moment verdwijnt het gegevene net als een golvende cirkel. Of er moet opnieuw een motivatie of inspiratie om de hoek kijken. Weer een steen in het water gooien om golvende cirkels tot leven te brengen. Maar wat als er geen stenen meer bij de hand zijn. Er zal dus nooit meer gegeven kunnen worden. En nemen al helemaal niet meer.

Moet er dan gekozen worden voor cirkelende golven. Want die cirkelen maar door. Om iemands heen. Om iemands werelden heen. Om de wereld cirkelende golven. Grote cirkelende golven. Vol liefde cirkelende golven. Maar er zijn ook met haat gelardeerde cirkelende golven. Golven van terreur. Of zijn het terroriserende golven? Die blijven ook doorcirkelen. De hele wereld rond. Vierentwintig uur per dag. Het zijn rusteloze cirkelende golven.  

Toch maar kiezen voor golvende cirkels. Ja, maar die komen nooit terug. Het zijn wel de mooiste golven. En ook onvermoeibaar. Ze gaan door tot ze niet meer kunnen. De cirkels golven dan niet meer. Maar het bereik is wel groot. Vaak onzichtbaar. Heel onzichtbaar. Soms komen ze wèl terug. Onzichtbaar. En omgeven met liefde. De intentie van de liefde is ook onzichtbaar. De intensie ook. Let op: de intentie en de intensie van liefde. Extensie van liefde is nog mooier. Net als bij domeinnamen. Liefde.nl of liefde.com. Of liefde.biz. Allemaal mooie extensies. O jee, ik ben aan het verdwalen. Net als de golvende cirkels. Die houden van verdwalen. Een verdwaaltje hier en een verdwaaltje daar.

Wel mooi hoor, die golvende cirkels. Het probleem is natuurlijk dat je altijd een zak met stenen moet hebben. En stenen zijn natuurlijk zwaar om te dragen Alleen geven en nooit nemen in het leven is ook zwaar. Maar de mens moet wel wat voor over hebben. Voor de medemens. Heel veel stenen dus om golvende cirkels te creëren. 

Dus... geef mij maar golvende cirkels in plaats van cirkelende golven. Want een keer komen zij terug. Onzichtbaar keren de golvende cirkels terug als cirkelende golven vol met extensies der liefde. Ik voel ze al aankomen.

Waauw... wat een filosofie.

Even is er geen schaduw... maar hoe lang is even?

Als een ruimtecapsule de dampkring binnen suist om terug te keren naar de aarde is er even geen radiocontact met het controlcentre.

Precies om twaalf uur als de zon recht boven mijn hoofd staat is mijn ochtendschaduw verdwenen. Dan is er geen contact met mijn eigen schaduw.

Een tropenfenomeen. Dan staat ook alles stil. De werkers leggen de houwers en de ganthols neer. De muziek galmt wat minder luid of galmt helemaal niet meer. De vogels zingen niet hun beste deuntjes. En owee, als je herrie maakt of handelingen verricht met scherpe voorwerpen. Awas... pas op, mengko kuwalat kowé... anders word je straks getroffen door iets van boven. Onheil!

In de tropen wordt het leven geleid door de natuur. Dat is te merken. De tijd waarin men hard moet werken en de tijd dat men verplicht is uit te rusten. Wat een luxe. Zelf je eigen schaduw neemt klokslag twaalf uur even rust.

In Nederland is alles anders. Hier hebben wij geen eigen schaduw. Niet elke dag in ieder geval. 's Zomers bestaat de kans dat je even opmerkzaam bent en je eigen schaduw ziet. En dat je eigen schaduw je overal volgt. Maar dat proces volg je niet. Er is geen tijd om je eigen schaduw in de gaten te houden. Of om ervan te genieten. Nee, zonde van de tijd. Want andere belangrijke (onnatuurlijke) processen hebben hier voorrang. Jammer voor je eigen schaduw. En voor jezelf. Want je kan niet van jezelf genieten.

Gelukkig weet iedere Javaanse Surinamer wat wayang is. Althans dat hoop ik. Ik hoop dat de ouders hun kinderen die in Nederland zijn geboren attent maken op ons mooie Javaanse cultuur. Het Javaanse schaduwtoneel is meegenomen door onze voorouders. Van Java naar Suriname. Een reis met veel schaduwen.

Tijdens een wayangvoorstelling kan je dus ook je eigen schaduw volgen. Je eigen schaduw volgen tijdens een Javaans schaduwtoneel. Hoe gaat dat? Een schaduwtoneel kan het verhaal dat verteld wordt door de dalang slaan op je leven of een deel van je leven. Een pracht moment als je dat kan volgen. Jammer voor degenen die dat niet kunnen. Maar het is te leren. Het is nog niet te laat. Het is nooit te laat om iets te leren.

Het volgen van je schaduw tijdens een Javaans schaduwtoneel kan helaas niet in Europa. Zelfs in Suriname is dat al zeldzaam. Dat betekent dat de radiostilte lang, heel lang aanhoudt. En dat je eigen schaduw lang, heel lang op zich laat wachten.

Even is er geen schaduw... maar hoe lang is even?

Fluiten voor een zuchtje wind...

De hittemaker staat hoog aan de hemel. Voor de kleine landbouwers is het haast niet meer uit te houden. Schaduwen zijn nog nergens te vinden. Zodadelijk gaat de schoolbel en mogen de kinderen naar huis.

Het is twaalf uur in de middag. De temperatuur stijgt naar de dertig graden. Overal is het muisstil. En de wind ook. Zweten druppelen langs de wangen. De mangobomen dragen honderden mango's. Eetrijpe en groene, jonge mango's. Soepardie, onze buurman, staat meestal onder één van de mangobomen. Wachtend tot een geelrode sappige verrassing naar beneden suist om verorberd te worden. Soepardie neemt niet de moeite om in een mangoboom te klimmen. Het is te warm. Ook de kippen van Soepardie nemen niet de moeite om tussen het gras naar wormpjes te spitten. De kippen lusten geen warme wormpjes. Ze luieren liever, als het zo heet is.

"Waar blijft die wind nou", mompelt Soepardie. De wind die ervoor zorgt dat een eetrijpe mango naar beneden suist. De wind maakt de hitte wat draaglijker. Soepardie heeft één handicap. Hij kan niet fluiten. Dus wacht hij tot zijn zoon van elf thuis komt. Van school. Om te fluiten voor zijn vader. Voor de wind. Manisem, zijn vrouw, staat in het bijgebouw. Zij is bezig jangan bening klaar te maken. De teri's zijn al gebakken. Dat ruik je. Zometeen plukt zij een paar rode pepers achter het huis. Voor de sambel. Dat hoort bij jangan bening.

Soepardie tuit zijn mond. Hij probeert te fluiten. Maar het lukt hem niet zo. Slechts sissende geluiden kan Soepardie voortbrengen. Niet voldoende om de wind te roepen. Hoezo de wind roepen door te fluiten. Ja, dat is zo. Iedereen doet dat. De wind roepen door te fluiten. Net als een scheidsrechter bij een voetbalwedstrijd. Maar om de wind te roepen moet je met je lippen fluiten. Niet met zo'n fluitapparaat. Trouwens die zijn niet te krijgen.

In de verte zijn plukjes schoolkinderen te zien. Soepardie staat onmiddellijk overeind. Kijken of zijn zoon al in aantocht is. Nee, niet bij het eerste plukje schoolkinderen. Soepardie heeft het vreselijk warm. Dus tuit hij zijn lippen nog maar een keer. Weer van die sissende geluiden. Soepardie ziet wat grassprietjes heen en weer gaan. Is dat de wind die de groene uitsteeksels in beweging brengt. Nee, het is een kuikentje dat op zoek is naar de moeder. Soepardie houdt het haast niet uit. Waar blijft zijn zoon nou?

Hè, hè, daar is hij eindelijk. De jongen ziet zijn vader al zwaaien. En hij begint meteen te fluiten. Als Soeparmin, zo heet zijn zoon, het voorerf op loopt, begint zijn vader te glimlachen. Het begint een beetje te waaien. Een klein lekker briesje, maar voldoende genoeg voor Soepardie om een beetje af te koelen. Fluiten voor een zuchtje wind... is nog geen fluitje van een cent.

Een wereld zonder wolken...

Als de Hollandse zomerzon 's morgens vroeg op een willekeurige zomerse dag zich aan kondigt vliegen de zomerse kriebels ons in de oren. Hoog aan de hemel paraderen sliertjes wolken als jonge vrouwelijke schonen. Hier en daar wat stoer uitziende kleine dikke wolken. Die in de verte hebben verschillende kleuren. Van donkerwit tot lichtroze. Soms is de hemel wolkloos en is de wereld saai.

Een beeldschone Javaanse jongedame vertelt dat ze vaak naar de wolken kijkt. Soeminie, zo heet zij. Ze bekijkt de wolken. Dan droomt ze alsof zij meedrijft met een mooie wolk. Dan is zij steevast in de wolken. Een wolkje hier, een wolkje daar. Dat vindt ze prachtig. Zij is vaak in de wolken. Zij is een tevreden mens. Je kan haar al blij maken met een wolkje melk in haar koffie. Ze houdt van koffiedrinken. Met wolkjes melk. Terwijl ze koffie drinkt tuurt zij de hemel af op zoek naar mooie wolken.

De ene wolk die zij enkele minuten geleden heeft gezien heeft de benen genomen. Soeminie is boos. Want die wolk heeft haar blij gemaakt. Nu is het verdwenen. Opnieuw is zij op zoek naar een andere wolk die haar blij kan maken. Maar helaas. Vandaag zal zij niet zoveel succes oogsten. De temperatuur begint al aardig op gang te komen. En de opkomende  hitte verjaagt de opdoemende wolken. Samen met de onzichtbare wind. Soeminie houdt niet van de wind. De wind is gemeen. Je kan soms onverwacht de wind van voren krijgen.

Soeminie is getrouwd. Samen met haar zorgzame man zorgt zij voor de opvoeding van hun kinderen. Een jongen van zes en een meisje van vier. De jongste telg is pas geboren. Een wolk van een baby. Soeminie laat de kinderen vaak naar mooie wolken kijken. En de kinderen vinden het ook leuk. Zij vertellen verhalen aan hun oma. Over wolken. Zij tekenen ook heel vaak wolken. Gekleurde wolken. Wolken met zon. Wolken zonder zon. Wolken met kinderen die meereizen met de wolken naar andere wolken. Soms kunnen de kinderen niet meereizen. Dan zijn er geen wolken. Het papier is dan helemaal blauw. Net als de hemel. Dan zijn de kinderen ook verdrietig. Maar dat duurt gelukkig heel kort. Want haastig pakken zij hun viltstiften en kleuren het papier vol wolken. Dan zijn zij niet meer verdrietig. Zij zijn dan in de wolken.

Ik kan mij ook niet voorstellen: een wereld zonder wolken. Dan worden alle wolkenkrabbers alleen maar krabbers. Een wolkendeken alleen maar deken. Nee, een wereld zonder wolken is voor Soeminie en haar gezin ondenkbaar. Een wereld zonder wolken... wat een rare gedachte!

Als de dauwdruppels voorgoed verdwijnen...

De sterren flonkeren nog hoog aan de hemel als de voor Europeanen bedwelmende geur van trasi de slaapkamer binnendringt. Moeder staat al heel vroeg op. Het eten moet omstreeks zeven uur al klaar zijn. Kinderen gaan naar school. Ouders gaan daarna op het land werken. Bananenplanten, cassaveplanten en andere gewassen omringen het huis. Na de regentijd als de rijsthalmen hoog staan en in volle bloei zijn, ruik je de glimlach van blijdschap en dankbaarheid. Zo was het leven vroeger in mijn geboortedorp.

Als de zon opkomt, galmt het koor van zangvogels je tegemoet. Het gras is nog nat van de dauw. De druppels glinsteren in de mooie ochtendzon. Maar weldra zal de warme glimlach de druppels doen verdwijnen. Dan glinsteren zij niet meer. Morgen zijn ze er weer. Om te glinsteren. Elke dag maar weer. Tenminste in het droge seizoen: de grote droge tijd zeggen wij in Suriname. In de grote regentijd is alles anders.

Dan vallen de druppels met bakken uit de hemel. Onafgebroken, soms dagenlang. De temperatuur daalt enigszins. De zangvogels zoeken een goed onderkomen. Hun stembanden zwijgen. Maar in de harten van de dorpsbewoners groeit de vreugdedans. Er kan weer padi geplant worden. Dan glinsteren de dauwdruppels niet meer in de ochtendzon. Geduldig wachten zij dan op de tijd die komen gaat. Op de mooie tijden waarin ze weer kunnen glinsteren. Soms raakt het geduld op. En worden zij even beloond met een zonnige glimlach. Tussen de hevige regendruppels door. Zij glinsteren even om dan weer snel te verdwijnen. Over een paar maanden dan maar weer.

Gelukkig komt dat terug. Die mogelijkheid om te glinsteren. De glimlach van de ochtendzon. De van vreugde en dankbaarheid dansende harten. De geur van naar-je-toe-sluipende trasi. De gele gloed van rijpe padi golft van sawah naar sawah. Het is goed dat de dauwdruppels verdwijnen, want dan kunnen zij weer terugkomen. Want als ze niet verdwijnen, kunnen zij ook niet terugkomen. Maar wat dan, als de dauwdruppels voorgoed verdwijnen...?

Ik ben de zon van mijn gedachten...

In het universum draaien de planeten om de zon. De zon is een ster, het produceert en geeft warmte af. Planeten daarentegen kunnen niet zelf warmte produceren. Maar als zij warmte ontvangen, geven ze ook warmte af. De aarde is afhankelijk van de warmte van de zon. En de aarde geeft ons die warmte.

Elk individu is een zon. Elk individu produceert warmte. De één meer dan de andere. Het individu dat veel warmte af geeft aan de omgeving is te beschouwen als een zon. Elk andere individu dat warmte nodig heeft van een ander is dan de planeet. Zo is het menselijke universum onder te verdelen in sterren en planeten. Niet helemaal correct, want elk individu produceert de eigen warmte. Sommige individuen produceren heel veel warmte. Het zijn de supersterren of superzonnen. Hun uitstraling is zo groot dat menige zich aan dergelijke individuen vastklampen. Soms is het nodig, van levensbelang zelf. Maar vaak is dat een kwestie van gemakzucht. Of toch niet ... de intermenselijke uitstraling moet in balans zijn. Denk aan het dualisme van het universum. Goed en kwaad, zon en regen, groot en klein, licht en donker, warm en koud, enzovoorts.

Gedachten komen door het denken. Gedachten gaan door het denken. Komen en gaan is een andere vorm van het universele dualisme. Geven en nemen ook. Tijd en geen tijd. Voor het creëren van gedachten is tijd nodig. Als een individu zegt dat hij of zij geen tijd heeft heeft, moet hij of zij tijd maken. Alles moet dus in balans zijn. 

Als alle individuen naar elkaar toe evenveel warmte uitstralen, dan zou de wereld waarin de individuen leven er wat aangenamer uit zien. Want niets hoeft meer in balans gebracht te worden. Als alle individuen zonnen van de eigen gedachten kunnen zijn, kan elk individu zeggen: Ik ben de zon van mijn gedachten...

Een rooskleurige toekomst...

'Een rooskleurige toekomst' was vroeger een veelgehoorde kreet. Nu niet meer. Tijden veranderen, kleuren vervagen.

Kleuren vertellen verhalen. Wij zijn dagelijks omringd door kleuren. De kleuren van kleding. De kleuren van de inrichting van het huis. De kleur van de auto. 

Mijn favoriete kleur is blauw. Het is te zien aan de basiskleur van de site BanyuMili. 'Het water stroomt' of 'stromend water'. Dat is de betekenis van BanyuMili. En het water is blauw. Net als het blauwe water van de Middellandse zee. Water wordt geassocieerd met de kleur blauw. Op geografische kaarten is dat goed te zien. Ook de hemel is blauw.

'Ik sta rood' hoort men ook vaak. Iedereen weet wat het betekent. Dat is heel duidelijk. Als een kind een zon tekent, wordt het rondje geel ingekleurd. Het gele zonnetje ziet men veelvuldig terug in vakantiebrochures. De associatie is ook duidelijk. 'Een strakke blauwe hemel', zegt de weerman. Dat wordt dus genieten. Ook duidelijk. De blauwe enveloppe van de belastingdienst jaagt menige burger het stuipen op het lijf. Ook een duidelijke communicatie. Maar een rooskleurige toekomst...?

Rozen hebben verschillende kleuren. Er zijn witte, oranje, roze, rode, en gele rozen. Als men tegen mij zegt dat mijn toekomst er rooskleurig uit ziet, dan weet ik echt niet waar ik aan toe ben. Zouden er alleen maar gele rozen bestaan, dan weet ik dat mijn toekomst er zonnig uit ziet.

Tijden vervliegen... herinneringen worden geboren

Onbewogen zegt de bekende weerman na het NOS-journaal:"De verwachtingen voor de komende dagen: regen en nog eens regen." Dan doemt de grote regentijd van weleer weer op... en de geboorte van een herinnering kondigt zich aan.

De zinkplaten van ons huis knetteren hard alsof de atomen flink tekeer gaan tegen elkaar. Kleine stroomversnellingen ontstaan spontaan rondom het huis. De rook uit de koeienstal verdwijnt heel snel tussen de regendruppels. De grijze lucht bedekt de blauwe hemel van een paar minuten geleden. IJlings ontstaat het aanblik van lopende bananenbladeren.

Schoolgaande kinderen lijken ijverige mieren die bananenbladeren op hun hoofden houden. In Nederland zouden parapluverkopers goede zaken gedaan hebben. Toen was de natuur het hofleverancier van beschermende attributen tegen deze vochtige natuuraanval. Het zandweggetje verandert in een ondiepe rivier, die regelrecht naar het schoolgebouw leidt. Een eenzame sabaku verkleurt van opwinding. Een oude vrouw rent achter haar geiten aan. Een eendenfamilie viert een waterfeest. Kompleet met balletbewegingen. Of was het hiphop. Op begeleiding van de knetterende druppels op de plassen. De golven dringen elkaar op. Verstrengelen met elkaar en verdwijnen weer roemloos op het podium van water.

Als ik naar buiten kijk, zoeft de metro langs mijn raam. De achterlichten worden steeds kleiner in het donkerte van de avond. En de weerman van het NOS-journaal zegt keihard:"Na het weekend heel veel zon." 

De ontwakende dauwdruppels verdwijnen gelaten in de lachende ochtendzon... Dit zijn de weeën van de geboorte van een andere herinnering.

Leegte... een woord zonder woorden

Het heelal zit vol planeten, sterren en andere hemellichamen. Enkele zijn bekend, miljoenen zijn niet te traceren. Maar ondanks die drukte en al die activiteiten is het heelal ontzettend leeg.
De menselijke gemeenschap in haar totaliteit zit vol afzonderlijke gemeenschappen. Vele zijn bekend en vele zijn zowat voor velen als de duisternis van het heelal. Ook hun activiteiten kunnen er niet voor zorgen dat er geen leegte bestaat.
Onze hersenen bestaan uit de kleine hersenen en de grote hersenen. Activiteiten volop maar ook hier is leegte één en al troef.

Leegte kan voor de menselijke gemeenschap heel veel betekenen, maar is tegelijkertijd in feite een woord zonder woorden.

Wat kunnen wij eraan doen? Aan het heelal helemaal niets, aan de menselijke gemeenschap en aan onze hersenen heel veel, net zoals aan het woord leegte

Als leden van een menselijke gemeenschap kunnen wij wel iets aan onze eigen leegte doen. Zo kunnen wij om te beginnen de wereld om ons heen kijken van wat er wel en niet te activeren valt. Daarvandaan bekijken wij op welke manier wij onze eigen hersenen kunnen activeren. De leegte wegwerken. Het woord leegte kunnen vullen. Wij moeten verbindingen zoeken en maken. Vervolgens kunnen wij die verbindingen gebruiken ter glorie van ons zelf en ten behoeve van de menselijke gemeenschap. Anders blijft de menselijke gemeenschap roerloos, een ieder non-actief om zich heen kijkend en blijft leegte slechts een woord zonder woorden, zoals het altijd is geweest.

De klanken klinken weer zacht...

In de dagen toen er nog veel minder auto's het geasfalteerd Nederland in bezit namen, stond Saimin elke zondagochtend heel vroeg op. Hij was en is een fervent autorijder. Voor zijn plezier ging hij achter het stuur zitten, trapte op zijn gaspedaal en weg was hij. De mooie zondagse vrijheid tegemoet.

Door het gezoem van de motor, draaide er in zijn diepste psychologische territoir van verlangen - als een soort film - beelden uit zijn jeugdverleden. Terwijl de wijzer van de kilometerteller nerveus naar een hoger getal schoot alsof het op zoek was naar een geluksnummer uit het rad van fortuin werden de lichten van zijn privé-bioscoop gedimd en kon het filmfestijn beginnen.

Zijn dorp langs de Commewijnerivier doemt op uit het groen van mangrovebomen. De manyabomen op het voorerf. De geur van een rijpe zuurzak in de felle zon. De van kleur veranderende papaya, die waarschijnlijk over een paar dagen rijp is voor de dorstige tropenmonden. Papaya is best dorstlessend lekker. De idol-achtige ochtendgymnastiek van de grietjebier. Niet verwarren met gemberbier. Trouwens grietjebier is geen bier van een grietje. Het heeft bijna wel iets met een grietje te maken, dat in de groei naar volwassenheid een paar stoten lucht door de spleet van de stembanden perst om een lied van verlangen uit te krijgen.

Aha, een lied van verlangen. De mens zit vol liederen van verlangen. Alle liederen van verlangen bij elkaar is het diepste psychologische verlangen van de mens. Het klinkt zwaar, maar de dagelijkse porties zijn best makkelijk te verteren. Of moet ik zeggen... klinken. Want het zijn liederen. Terwijl ik dit schrijf klinken de gamelanklanken weer zacht. 

Terug naar thuis en de opkomende zomerzon...

Als een kind dat begint te lopen, ontvlucht het in een begrensde omgeving als de huiskamer de veilige armen van de moeder. Het kind begint die wereld te ontdekken. Het loopt motorisch nog ongecontroleerd de kamer rond als een door een turbulentie getroffen spionagevlucht van een wereldmacht. Grijpbare en verplaatsbare objecten zijn voor zo'n kind niet veilig. 'Kom hier', 'niet doen', 'vies, bah', 'kom bij mama' zijn de onvermijdelijke commando's van de moeder die het kind natuurlijk in de wind slaat. Als het kind moe is, keert het terug in de armen van de moeder. Voor het kind een juiste beslissing en de moeder kan weer met een gerust hart ademhalen.

Een levensfase verder vertoont het kind dezelfde gedragingen in een andere omgeving. De gevaren blijven recht evenredig hetzelfde. De commando's van het ouderlijk gezag klinken wat meer volwassen. En het ouder geworden kind reageert heftig. Uiteindelijk lopen kind en ouders hand in hand de wijde wereld rond.

In een ouder geworden levensfase gaat een individu - inmiddels lid geworden van een groep - op verkenningsvlucht. Elk individu ontspringt niet aan de verleiding van andere geneugten. Maar de zorgzaamheid van de natuur is ondoordringbaar. Want na verloop van tijd keert de wijzer geworden éénling terug naar de veilige basis als een kind in de veilige, warme handen van de moeder.

Terug naar thuis is als de opkomende zomerzon. Lekker warm...

Heimwee...
de tragi-melancholiek van oudere 'nieuwe immigranten'

Zij is lang en dun. Een klein briesje en dan waait ze weg. Zo licht als katoen is zij. Haar naam: Sarina. Echt waar, zo heet zij. Beelden van verleden die vandaag de dag nog regelmatig worden afgespeeld.

Telkens als ik het liedje Sarina uit de dessa hoor, dan denk ik aan haar. Aan Sarina. Niet alleen aan haar, maar ook aan de omgeving. Haar omgeving en mijn omgeving. Onze omgeving. Bananenbomen, cassave planten. Hoge kokospalmen. Rijstvelden. Kleine landbouwers die in de hitte van de zon staan te zweten. De grond omploegend met een zwaar ijzeren vork. Een oude vrouw die langs loopt met een sikkel in haar hand. Op zoek naar gras voor haar koeien. Een opstijgende rook van brandend gras. En iets verderop de geur van gedroogde vis.
Andere beelden dan hagel en sneeuw.

Koukleunende bejaarden al of niet een rollator voortduwend. Een gierend geluid van een kind, dat is uitgegleden op een onbewoond bevroren sneeuweilandje. Op zulke momenten gaat er wat los in mijn kleine hersenen. Ik heb ook grote hersenen. Maar dat zijn weer voor andere doelen. Kleine dingen in die kleine hersenen. En toch grote gedachten teweegbrengend. Slopende gedachten soms. En moeilijk te verwoorden... "Heimwee", zegt men. "Het is meer dan heimwee", denk ik dan.

Kans... spelen met kansen

Wij gaan nu wat spelen met het woord kans. Kansarm, kansloos, kansje, schone kans, grote kans, gemiste kans, kansberekening, kanshebber, kansrijk, kansspel, kansverdeling... bedenk zelf nog maar een paar!

Kansarm... Is dat nu de linkerarm of de rechterarm waar kansen mee gepakt kunnen worden? Of betekent het dat de kansen miniem zijn? Hoe staan vele mensen ervoor? Krijgen zij de kans wel of niet om hun kansen te benutten? En wie zijn ze: kansarme kinderen. Krijgen of hebben wij de kans om kansarme kinderen een kansrijke omgeving te bezorgen. Zijn kansarme kinderen kansloos. Of zijn wij kansloos om kansarme kinderen op weg te helpen om aspirant-kanshebbers te worden. Hebben wij juist de kans om kansarme kinderen te helpen. Anders is het een kwestie van gemiste kans. Misschien krijgen wij wel een schone kans om kansarme kinderen een schone kans te geven.

Kansrijk... Het benutten van kansen is de andere kant van de medaille. Een kans met een pakkans van honderd percent laten schieten is een gemiste kans. Bijvoorbeeld de kans krijgen met anderen samen te werken die over de expertise beschikken van een bepaalde discipline. Het wordt vaak genegeerd. Doet men dat uit baldadigheid of jaloezie? Het negeren van de expertise van anderen met de gedachte het beter te weten en te kunnen is geen kansrijke gedachte. Het scheppen van eigen kansen met een kansprognose van nul komma nul lijkt al bij voorbaat kansloos te zijn. Kansrijken worden dan kanslozen.

Wij kunnen al onze kansen op een rijtje zetten. Een graadmeter van kansen. In percentages. Om kansen te berekenen, zonder aan een kansspel mee te spelen. Kansen kan je ook verspelen. En dat is zonde. Daarom neem ik de kans om over kansen te schrijven. Wat een kans!!!

Een zinnige, rammelende wereld...

Een pen en een stukje papier in mijn linker hemdzak. Dat zijn de vaste ingrediënten als ik mijn schulp verlaat. Ik kan niet zonder letters. Ik kan niet zonder woorden. En ik kan niet zonder zinnen. Het lijkt mij een lege, onzinnige wereld. Een wereld zonder zinnen. Een wereld zonder woorden. Ik praat met mijn letters. Ik praat met mijn woorden. En ik praat met mijn zinnen. Tegen anderen, maar ook heel vaak tegen mijzelf. Want ik probeer mijzelf te kennen. Daarom verken ik mijzelf. Met letters, met woorden en met zinnen. Ik stop ze in mijn computer. De oren gestreeld door gamelan klanken in een eenzame ruimte, maar heel vaak in een stille omgeving. Als toen op Bakkie. Daar had ik geen computer. Er waren ook nog geen computers, zoals wij die nu kennen. Je kon niet even naar een supermarkt gaan om een computer te kopen. Wel een halfje puntbrood bij de plaatselijke winkelier. Met boter erop. O, wat was dat lekker. Net zo lekker als het rammelen op mijn keyboard nu. Want als ik nu op mijn keyboard rammel, heb ik geen honger, krijg ik ook geen honger. Wel rammel ik soms van de honger. Ik ben vaak een rammelaar. Een keyboardrammelaar en een hongerrammelaar. Als ik de hongerrammelaar uithang, dan snaak ik naar dat halfje puntbrood met boter. En vergeet ik, dat ik ook een keyboardrammelaar ben. Maar dan kijkt mijn digitale camera op mijn werktafel geduldig naar mij, alsof het mij op de digitale plaat wil zetten. O, ik ben tegenwoordig ook een digitale camerarammelaar. Ik rammel nu van verlangen. Een diep verlangen dat ook andere Javaanse Surinamers in een zinnige wereld vertoeven.

Lekkerding... wat is dat?

Een anekdote van ruim dertien jaar geleden spookt nog steeds door mijn hoofd. Het moet eruit: het moet gepubliceerd worden.
Gelukkig heb ik mijn eigen website BanyuMili. Bekostiging geschiedt uit mijn eigen zak. Alles in eigen beheer. Wat een luxe! Van niets en niemand afhankelijk.

Iedereen in Suriname die niet in Paramaribo woont, heeft een klein stukje grond. Om wat dingen te verbouwen. Voor het eigen dagelijkse gebruik. Noem maar iets stoms:peper. Wat voor moeite kost het om een gezin van eigen pepers te voorzien. Zaadjes strooien op en stukje grond. Meer niet. En in een mum van tijd schitteren de rode of gele hete lekkerdingen voor je ogen. Ja, peper is een heet lekkerding. Wij, Javanen, kunnen niet zonder. Maar niet iedereen neemt de moeite om de eigen lekkerdingen te verbouwen. Lekker afhankelijk zijn van je gegoede buren. Dat is lekker makkelijk. 

"Dag siwa", groette het buurmeisje beleefd. "Mama laat wat pepers vragen aan siwa (de 'a' van 'siwa' als de 'o' in het Nederlandse woord 'kort' uitspreken)." En siwa liet het meisje natuurlijk niet zonder pepers naar huis gaan. De toegesnelde zoon van siwa dacht ook meteen:"Dat lekkerding mag niet zonder die rode of gele hete lekkerdingen thuiskomen". En het buurmeisje plukte en plukte, totdat ze niets meer kon plukken. "Dag siwa", zei het buurmeisje. Rood en geel gekleurd liep zij het zandweggetje op. "Wat een lekkerding, zeg!", mompelde de zoon van siwa met de handen in lucht wapperend. En de buurvrouw zat zonder maar één lekkerding voor het avondeten. En de zoon van siwa was een illusie armer.

Ik heb mijn eigen 'lekkerding' geplant, dat BanyuMili heet! Maar wij kunnen ook gezamenlijk een eigen 'lekkerding' planten. Voor gezamenlijk gebruik. Maar wat? En zijn wij bereid offers te brengen daarvoor?

Bodo, bodho, bodoh, bodhoh of is het bodho?

'Bodho' betekent stompzinnig-dom, geen hersens, niets kunnen begrijpen... 

De vastentijd van de moslims - de Ramadan - is alweer begonnen. Na afloop daarvan wordt het Idul Fitre gevierd. Het wordt ook wel 'suikerfeest' genoemd. Dan wordt er gezamenlijk lekker gegeten. Zij hebben dan hun vasten tot een goed einde gebracht. In Indonesië wordt het Lebaran genoemd.

De Javanen uit Suriname vieren ook feest na het vasten. De Bada, Bada Pasa of Bakda Pasa. Bada of bakda betekent 'na afloop van'. Bada Pasa of Bakda Pasa betekent het dus 'na afloop van het vasten'. Klik hier voor meer Javaanse taal en leer hoe klanken geschreven en uitgesproken moeten worden.

De commerciële talenten organiseren hun bodo, bodho, bodoh, bodhoh evenementen. In een gehuurde zaal. Er wordt circa 15 euro entreegeld geheven. Om te kunnen dansen op de tonen van een bekende groep, zanger of zangeres. Maar wat is dat bodo, bodoh, bodho of bodhoh? Bedoelen ze daarmee Bada, Bada Pasa of Bakda Pasa?

Misschien is het wel een schrijffout van die commerciële talenten. Ach, welnee. Als je nooit hebt geleerd hoe Javaanse woorden geschreven moeten worden, kan het dus nooit een schrijffout zijn. Als je nooit hebt geleerd dat je - als het verkeerslicht op rood staat - moet stoppen, dan is het ook niet fout als je gewoon doorrijdt als het verkeerslicht op rood staat. Zo simpel is het.

Dit artikel blijft staan tot einde 'bobo'-tijd! Maar wanneer is dat? Hmmm... sorry, voor mijn schrijffout.

Taal is mijn beste kameraad...

Als kind hebben wij vroeger altijd geleerd: "De politie is mijn beste kameraad". Daar was ook een liedje van met dezelfde titel. Nu als volwassene durf ik te stellen dat taal mijn beste kameraad is.

"¿Donde puedo aparcar?" vroeg ik aan een Spanjaard als ik mijn ter plaatse gehuurde auto veilig wilde parkeren. In het voorjaar gaan wij meestal naar Spanje om de vroege voorjaarslucht op te snuiven. Met mijn Spaans, geleerd op de St. Paulusschool in Paramaribo, kan ik er nog lekker mee uit de voeten. "Tu puedes hablar Español", zei hij. "Si señor, pero solo un poco", was mijn antwoord. Hij gaf mij een hand en wees mij de weg naar een beveiligde parkeergarage.
"Lei è proprio in forma!", zeg ik tegen de Italiaanse schone van mijn favoriete restaurant om haar te complimenteren, omdat zij weer eens goed er uit ziet." "Grazie", zegt zij bescheiden. "Di niente, nulla" zeg ik vervolgens. "Geen dank, graag gedaan."
"Bunun fiyati ne kadar" heb ik van een Turkse vriend geleerd en het betekent "Hoeveel kost dit?" Het kan goed van pas komen als ik op vakantie ben in Turkije. En er komen komen dagelijks meer zinnetjes bij. "Ne icersin?" "Wat wil je drinken?" "Ben kahve icerim." "Ik wil graag koffie."
"Wir fahren morgen ab" is mijn antwoord als de Duitse receptionist van het hotel mij vraagt wanneer ik vertrek. Het 'auf wiedersehen' zeg ik morgen wel.
"Merci pour votre hospitalité"
bedank ik mijn Franse vriend voor zijn gastvrijheid.
"I'm very anxious to meet you" schreef een Amerikaanse (vrouwelijke) professor mij toen zij begin dit jaar naar Nederland wilde komen om kennis te maken met de gamelanmuziek van de Javanen uit Suriname. Ik begreep uit haar zin dat zij zich verheugde mij te ontmoeten."
Een Marokkaanse bibliotheekgenoot zei - als ik hem tegen kwam op de Universiteit Leiden - steevast: "Labas?" Mijn antwoord was:"Begeir, sukran". "Selama" zeiden wij in koor als wij al handen schuddend afscheid van elkaar namen.

Eind april van dit jaar was ik ook in Suriname. "Piyé, masé?", vroeg een oude Javaanse buurvrouw van mijn zus. "Pangèstunipun panjenengan, Ibu. Wilujeng. Panjenengan sami sugeng?", was mijn antwoord. "Ya, kaya ngéné, masé", antwoordde de vrouw en genoot zij zichtbaar van het perfecte en respectvolle antwoord van deze Hollandse Javaan. Een paar dagen later kwam zij mij een emmer vol krobia's brengen. Zij houdt van vissen en van haar Javaans. Op het erf (latar) bij ondergaande zon vertelden wij verhalen aan elkaar. Wat een taal niet teweeg brengt!

Met taal als je beste kameraad kom je vaak door het ganse land (net als met de hoed in de hand) en maak je snel nieuwe kameraden.
En de Javaanse taal... dat is de vervolmaking in mijn zoektocht naar mijn identiteit. Ook al jaren op zoek naar je eigen identiteit?

"Schat, ik mis je!"

Wanhopig dwarrelen gele en bruine herfstbladeren naar beneden en ploffen zacht neer op de harde trottoirtegels. Kinderen in felle regenjassen hollen mee aan de hand van hun flinke stappen makende moeders. Zij zoeken een veilig heenkomen. Net als velen. De briesende wind verwringt modieuze paraplu's tot ondefinieerbare kunstwerken. Jonge carrièremakers op weg naar hun zakenbolides beschermen hun tere hoofden met hun attachékoffers tegen uit het niets neerstortende koude druppels.
Een jongeman - Henk - staat voor het raam van het kantoor waar hij werkt. Wachtend op de klokslag van vijf uur. Pas dan mag huis naar huis. 

Onderweg naar zijn fraaie appartement bedenkt Henk zich. Een paar straten verwijderd van waar hij woont, is de snackbar Lucy. Het is er erg druk die avond. Tante Loes zwaait daar de scepter. Zij is altijd vrolijk en ouderwets gezellig. Zeg maar, de moeder van de buurt. Henk gaat haar even gedag zeggen. Of misschien ook even een patatje eten. Patatje oorlog. Dat symboliseert de toestand van Henk. Hij heeft de oorlog verklaard. Aan zichzelf. Van binnen is hij woest. Hij heeft het niet naar zijn zin. Ondanks de zachte aaien van Tante Loes. "Waar is Marieke?", vraagt Tante Loes bemoederend. Hij maakt rare schuddende bewegingen alsof de herfststorm de haren van zijn hoofd af wil rukken. "O, Marieke... uuhh", geeuwt Henk, terwijl hij naar de donkere wolken tuurt. "Zij is voor een paar weken naar haar tante in Amerika", antwoordt Henk ongeïnteresseerd. Eindelijk krijgt Henk zijn patatje oorlog aangereikt. "Zo, Henk, je bent dus voor een paar weken de eenzame cowboy", plaagt Tante Loes. Henk zegt niets terug, terwijl hij in zijn schilderachtige bak roert met die ene bruine patat die hij zojuist eruit heeft gevist. Plotseling strekt Henk zijn beide armen uit, haalt heel diep adem en schreeuwt honderd uit: "Schat, ik mis je!"

Henk mist zijn vriendin Marieke. Iets wat hem dierbaar is, is niet in de buurt. Henk wil haar - nu zij onbereikbaar ver is - zijn waardering uitspreken voor al haar genegenheid. Ja, ja, weet je, Henk: het besef tot het herkennen dat iets van waarde heeft, borrelt in onze diepste ik op, op het moment van gemis. Dat realiseert Henk zich nu ook en bereidt een leuke thuiskomst voor zijn Marieke. Goed zo, Henk!

Stel dat BanyuMili van de digitale aardbodem verdwijnt. Plotseling, als iets dat gedematerialiseerd is. Zouden de tienduizenden bezoekers ook van de daken schreeuwen "Schat, ik mis je!" ?
Ik denk van wel... BanyuMili is immers een 'schat'!!!

Gelukkig heeft de mens maar twee benen...

Het is zaterdagmorgen. Mariska woont in een galerijwoning. Samen met haar vriend. De grote klok aan de muur wijst  acht uur aan. De gezellige buurman schuifelt langs het raam van haar keuken. Hij gaat naar beneden om zijn krantje te halen. In de lift hoort hij zijn maag knorren. "Dit is de schuld van Mariska", mompelt de buurman.

Mariska is een nieuwkomer en moet volgens de wet de inburgeringscursus volgen. Zij doet het goed, want ze komt uit Suriname. En daar spreken zij ook Nederlands, althans Surinaams Nederlands. Mariska is ambitieus. Zij wil later een hogere opleiding volgen. Maar nu is zij  druk bezig in de keuken. Ja, om acht uur in de morgen. Ook al is zij nu al een jaar en een paar maanden in Nederland, haar Javaans Surinaamse gewoonte is nog niet uit haar verdwenen. Net alsof de plicht haar roept.

Mariska is hard aan het sparen. Zij wil binnenkort naar Suriname gaan. "Op vakantie", zegt ze. Naar haar gezellige geboortedorp. Naar haar familie, vrienden en vriendinnen. 

Is dat wel zo? Nee, Mariska, dat is het hem niet. Jij leeft in twee werelden. Net als zovelen die hier al langer wonen. Één been hier en één been daar. Gelukkig heeft de mens maar twee benen. Reeds door 'Het Concept' bepaald en afgestemd op de behoefte van de mens, later. Niet alleen om ermee te kunnen lopen. Maar ook functioneel in het geval, zoals dat van Mariska: met één been in het oude moederland staan en met de andere been in het nieuwe vaderland.

Is de maan al te zien?

Als de avond valt, tast de oude vrouw met haar vermoeide ogen gespannen de hemel af. Op zoek naar het eerste schijnsel van de maan dat - volgens haar eigen zeggen - haar kracht geeft.

De schemering die daaraan vooraf gaat is als een schilderij met tropische taferelen. Het rietgras in het water bij het voorerf schudt een libel van zich af, geholpen door een zuchtje wind. Een vogel vliegt rakelings langs de waslijn waaraan een laatste kleurig doekje hangt. In de verte gloeit de horizon kleurig als de rode schijf bijna haar rustplaats heeft gevonden.

Bij de buurman aan de overkant van het beekje cirkelt de rook van een hoopje verbrand gras omhoog en verdwijnt even later in het niets. De oude vrouw put een emmer water. Zo te zien heeft zij nog de kracht om het leven op het platteland bij te houden. Wat is toch haar geheim? Ze  praat haar kippen nog even het hok binnen. Haar man staat bij de koeien in de stal. Hij maakt een vuurtje om de vliegen weg te roken. Hij houdt van zijn koeien en het goede leven. Ook zijn vrouw geniet nog volop. Even later voegt zij zich bij haar man, die zich inmiddels heeft verkast naar het voorerf. De plek waar gesprekken gevoerd worden. Met de buren van de overkant, met een verre dorpsbewoner, die nog even naar de plaatselijke winkel gaat voor een half liter petroleum. En met haar eigen man, natuurlijk.

Het voorerf - de latar - is de plek waar de oude vrouw elke maand steevast aan haar man vraagt: "Is de maan al te zien (wis kétok bulané)?" 

Liever een kumpulan

(spreekt uit: koempoelan, zich aansluiten, samenvoegen) dan 'een terrasje pakken'... 

De zon lacht iedereen toe in het kleine dorp. Toekinem zit met haar vier kinderen onder de mangoboom cassave schoon te maken. Haar man ligt een eindje verderop luierend in een hangmat.

"Toeoeoeoek". Een vrouwenstem spat in de stilte van de hitte uit elkaar. Dan verschijnt een vrouw achter de cassaveplanten met een bos gras op haar hoofd. Haar gezicht is niet te zien, maar aan haar stem te horen is het mbah (oma) Mina. Er zijn veel mbah's in de buurt waar Toekinem woont. Mbah Tas, mbah Moek, mbah Giyah en mbah lanang (opa) Siman. Mbah Siman is lang en tenger... en gierig, maar wel spraakzaam. Hij vertelt altijd verhalen over vroegere tijden. Enge verhalen.

Toekina, de oudste dochter van Toekinem, komt met een emmertje water aan. De cassave moet schoongespoeld worden. Het is inmiddels vier uur in de middag. Dan komt mbah lanang Siman aanslenteren. De handen sierlijk zwaaiend alsof hij de klenthèngan (gamelanmuziekstuk) danst. 

Nog even en dan is het druk onder de mangoboom. Inmiddels is de cassave al gaargekookt. En iedereen geniet van één van de heerlijkheden die de natuur hen verschaft.

Een kumpulan in de stilte van de hitte is net even anders dan 'een terrasje pakken' op een warme zomerse dag...

 
DIASPORA  SURINAME  IMMIGRATIE  TAAL  CULTUUR  THEATER  MUZIEK  LITERATUUR  ARCHIEF
HOME  SECONDHOME  NIEUWS   BASA JAWA   BAHASA INDONESIA   MULTIMEIDA  WEBMASTER   SITEMAP