www.javanenvansuriname.info

HOME SECONDHOME NIEUWS BASA JAWA BAHASA INDONESIA MULTIMEDIA WEBMASTER SITEMAP
 

 

BanyuMili Is Mijn Verhaal...
Een eerbetoon aan de Javaanse contractarbeiders in Suriname

tampar = touw van vezels

 

 HOME
SECONDHOME
WEBMASTER
BASA JAWA
BAHASA INDONESIA
MULTIMEDIA
LIVESTREAM
GUESTBOOK
SITEMAP
WEBMASTER
TERUG NAAR BAKKIE

WEBMASTER
 Leer hem kennen
Javaanse jongen uit Bakkie
Inburgering in Nederland
Mijn geboortedorp Bakkie
Wayang en Semar op Bakkie
Internaat Taman Putra
Interview Rotterdams Dagblad
Muzikale herinneringen
Sana Budaya Paramaribo
Javaanse taal op de radio
Overdenkingen en mijmeringen
Terug naar Bakkie
Tijdlijn

Get the Adobe Flash Player to see this video.

JW PLAYER MET FOTO, VIDEO EN MUZIEK... KLIK OP EEN AFBEELDING

 

 

 

 

 

Bakkie die ik 41 jaar geleden heb verlaten. En de mensen die er nog wonen. Piyé kabaré? Hoe gaat het?

 

Op 29 april 2003 heb ik een bezoek gebracht aan enkele oude plantages aan de rechter- en linkeroever van de Commewijne rivier en de Matapicakreek. En natuurlijk ook aan mijn geboortedorp Bakkie die ik in 1962 heb achtergelaten. Onderweg erheen passeerden de herinneringen in stroomversnellingen de revue.
De stralende ochtendzon aan het begin van de deed onze harten reeds kloppen. Benieuwd naar de confrontatie met de Javanen die er in de dorpen zijn achtergebleven. Ikzelf probeerde een voorstelling te maken van het weerzien met Bakkie die ik 41 jaar geleden heb verlaten en de mensen die er nog wonen. Piyé kabaré? Hoe gaat het?

 

 

Wij gaan eerst met de bus naar Alkmaar, mee met de ambtenaren die in de dorpen AOV uitbetalen. Geëscorteerd door twee bewapende security guards voelen wij ons veilig en eigenaardig tegelijk. Op Alkmaar stappen wij over op een boot die klaar staat om ons naar Kroonenburg te brengen. Kroonenburg is het dorp waar ik vroeger mijn toelatingsexamen voor de mulo heb gedaan. Het is ook het dorp van een vriend van mijn vader en waar mijn oom zijn broodbakkerskunst heeft geleerd bij een Hindoestaan.

Een uur later gaan wij richting Bakkie, mijn geboorteplaats. Wij varen langs al die plantages. De golven klotsen tegen de boot, een ultiem gevoel overvalt mij. De stilte in mij die daarop volgt is de voorbode van het weerzien met Bakkie. De boot volgt de groene belijning van de rivier, die als je er dichterbij bent, verandert in een mangrove begroeiing. Hecht en Sterk, De Nieuwe Grond, Welgevallen, Lobangi wordt er zo nu en dan geroepen. De bloeiende plantages van weleer.

Nog even, dan zijn wij op Bakkie. Alliance vinden wij aan onze rechterkant als wij de Matapicakreek opvaren. Aan de overkant ligt Constantia. Wat een schitterende meisjes namen hebben de dorpen. Nu hebben zij slechts het aanblik van een uitgedroogde bruidsboeket. Weldra komt de steiger van Bakkie in het vizier. Geen gillende meisjes deze keer op de steiger. Tijdens de bloeiperiode van Bakkie is de keuze van een mooie bruid niet moeilijk. Deze keer is slechts de stilte die mij tegemoet komt, met op de achtergrond het geronk van de buitenboordmotor. Wij meren aan. Oude mannen staan en zitten bij de deuropening van de winkel van Bert. De rijke dikke Hindoestaan. De winkel bestaat waarschijnlijk niet meer. Ook Bert is nergens te bekennen. Ietsje verderop is er een klein houten gebouwtje, niet ver van de sluis die bij laag water openstaat. Daar komen enkele oude dames bij elkaar. De heren komen naar mij toe als ik mijzelf aankondig als de zoon van mak Satijem en pak Djiman. Wij zijn in een druk gesprek als de oude dames hun nieuwsgierigheid niet meer kunnen bewaren. Wie is die meneer die zojuist de grond van Bakkie heeft gekust. Komt hij van hier... de mannen lachen breeduit en maken zwaaiende gebaren: hij is de oudste van die en die. Niet de muskieten verwelkomen mij deze keer, maar de oude dames die mij heftig omhelzen. Plek genoeg, denk ik bij mezelf, want ik ben niet meer die magere van 41 jaar geleden.

Het geronk van de buitenboordmotor onderbreekt mijn innige stilte. Wij moeten Bakkie weer verlaten. Een kort weerzien, maar heftig in stilte. Wij nemen afscheid van Bakkie, van de oude mannen en de oude dames. Van de siwa's en de bibiks. Net als 41 jaar geleden...wanneer zal ik Bakkie ooit weer terugzien.

Wij gaan richting Alkmaar. Daar verwisselen wij van boot en de golven voeren ons naar Margrita. Het aanblik daar is florissanter dan dat van Bakkie. De winkel vlak aan de rivier toont enige gezelligheid. Terwijl de ambtenaren de AOV uitbetalen, smelten vers gebarbakotte tilapia op onze tongen. Later geblust met koud Parbo bier in de winkel van de Hindoestaan. Margrita is één van de dorpen waar je doorheen rijdt als je op fiets van Rust en Werk naar Bakkie gaat. Vroeger, nu kan het niet meer. Het oerwoud heeft de zandweg weer heroverd. 

Dag Margrita... wij gaan nu naar Rust en Werk, volgens de inwoners daar het meest gezellige dorp van Commewijne. Het is nog zeer levendig op Rust en Werk. Overal mensen bezig, met het drogen van garnalen, met het repareren van visnetten. Een jongedame is vissen aan het barbakotten onder een afdakje. "Yemé", roept één van ons. Ze glimlacht alsof ze ons uitnodigt om vis te komen eten. Voor de inwoners van Rust en Werk is het vissen de bron van inkomsten. Rust en Werk bloeit nog steeds. Kinderen op de fiets rinkelen op hun fietsbel. Wij gaan opzij en de security guards met hun karabijnen ook. Nog even naar een paar tantes en ooms zwaaien. Een paar minuten later verdwijnt ook Rust en Werk uit ons zicht. 

Dag Rust en Werk, dag Margrita, dag Kroonenburg, dag Constantia, dag Alliance, dag Bakkie... 

 
DIASPORA  SURINAME  IMMIGRATIE  TAAL  CULTUUR  THEATER  MUZIEK  LITERATUUR  ARCHIEF
HOME  SECONDHOME  NIEUWS   BASA JAWA   BAHASA INDONESIA   MULTIMEIDA  WEBMASTER   SITEMAP